Conclusie
2.Bespreking van het cassatiemiddel
eerste onderdeelklaagt dat het hof zich niet heeft uitgelaten over het uitdrukkelijk verzoek van de vrouw de behandeling van het hoger beroep aan te houden nu zij, in verband met ziekte, niet in staat was ter zitting aanwezig te zijn. De vrouw wilde wel gebruik maken van het recht op hoor en wederhoor als bedoeld in artikel 19 Rv Pro, één van de eisen van goede procesorde.
1.1wordt geklaagd dat de vrouw Oxazepam accord 10 mg kreeg voorgeschreven op 14 mei 2018, een dag voor de zitting, welk middel het reactievermogen en de rijvaardigheid kan verminderen. De vrouw kon gelet hierop geen auto besturen.
1.2klaagt het subonderdeel dat, wanneer iemand lijdt aan heftige migraine, deze persoon niet in staat is een zitting bij te wonen. Bij migraine kunnen hoofdpijnaanvallen gepaard gaan met misselijkheid, overgevoeligheid voor licht of geluid en uitvalsverschijnselen, zo stelt het subonderdeel. [6]
1.3klaagt het subonderdeel dat het hof eraan voorbij is gegaan dat er strafrechtelijk onderzoek loopt in verband met verkrachting van de vrouw door de man. Het hof heeft de behandeling niet willen aanhouden in afwachting van de uitkomst van dat onderzoek. De vrouw had hierover nader kunnen verklaren en aangeven waarom er redenen zouden kunnen zijn die een andere beslissing dan door de rechtbank is genomen, rechtvaardigen. Nu de vrouw niet aanwezig kon zijn is haar het recht op hoor en wederhoor onthouden.
1.4klaagt dat het beginsel van hoor en wederhoor, dat één van de eisen van een goede procesorde betreft, is geschonden nu de vrouw door ziekte niet ter zitting aanwezig kon zijn. Zeker in de onderhavige zaak, waar het gaat om de vraag of de erkenning de belangen van de vrouw bij een ongestoorde verhouding met het kind schaadt of een evenwichtige sociaalpsychologische en emotionele ontwikkeling van het kind in het gedrang komt.
2.1klaagt dat de overweging van het hof “dat sprake is geweest van verkrachting van de vrouw door de man, niet is komen vast te staan”, niet afdoet aan het feit dat het onderzoek loopt en het van belang kan zijn de uitkomsten af te wachten.
2.2klaagt dat de vrouw heeft aangevoerd dat (onder meer) sprake was van “opdringerigheid en seksueel onwenselijk gedrag” waardoor de vrouw “geen relatie met de man heeft willen aangaan”. [14] Niet blijkt dat dit door de man is ontkend (wel de verkrachting). Nu de vrouw niet aanwezig was ter zitting, heeft zij niet kunnen reageren.
2.3klaagt dat niet zomaar voorbijgegaan kan worden aan de stelling van de vrouw over het seksueel onwenselijk gedrag van de man. Het hof maakt een onbegrijpelijke keuze uit de feitelijke gegevens door af te gaan op hetgeen de man hierover ter zitting heeft verklaard.
Mr. Breeveld:[…] De moeder heeft tijdens de vakantie met de man tegen haar wil in seks gehad. Inmiddels heeft zij daarvan ook aangifte gedaan. […] Afgelopen vrijdag heeft zij een gesprek bij de politie gehad. […]” [16]
Mr. Nieuwendijk:[…] Nu wordt weer aangegeven dat bij haar sprake is van PTSS en komt zij ineens met het verhaal dat sprake is geweest van aanranding. Dit is weer nieuwe informatie. Het zijn allemaal stellingen die niet nader worden onderbouwd. […] Van de aangifte die de moeder heeft gedaan, heeft de man nog niets gehoord. Hij weet daar niets van af. De man betwist dat sprake is geweest van een aanranding.” [17]
De bijzondere curator:[…] Ik schrik van de aangifte en het verhaal over de aanranding. Dat is nieuw voor mij. […]” [18]
Mr. Breeveld:[…] Ik weet niet of het in het belang van het strafrechtelijk onderzoek is om het proces-verbaal van de politie nu in het geding te brengen. De moeder wilde in het begin geen punt van de aanranding maken. Zij had al bedacht dat het haar woord tegenover het woord van de man is. In het hele begin van haar contacten met mij heeft de moeder al aangegeven dat sprake is geweest van een aanranding. Dit staat ook wel in mijn pleitnotitie in eerste aanleg. Ik verwijs naar productie H. […] Nu wordt onderzoek verricht door de politie.” [19]
Mr. Nieuwendijk:In de procedure bij de rechtbank is enkel bewijs overgelegd dat de moeder een afspraak had voor een gesprek bij de politie.” [22]
Mr. Nieuwendijk:De informatie die was overgelegd betrof geen bevestiging dat de moeder aangifte ging doen.” [24]
3.1dat het verhandelde ter zitting op dit punt redelijk eenzijdig was, nu de vrouw niet aanwezig was waardoor slechts haar advocaat het woord heeft kunnen voeren. Bovendien was het advies van de bijzondere curator gedateerd. Ondanks dat de Raad zelf geen onderzoek heeft gedaan naar de mogelijke gevolgen van het geven van vervangende toestemming voor erkenning, heeft hij zich wel aangesloten bij dit gedateerde advies van de bijzondere curator.