Conclusie
eerste middelklaagt dat het hof ten onrechte niet, althans onvoldoende gemotiveerd, heeft gereageerd op het tijdens de (pro-forma) terechtzitting namens de verdediging ingenomen uitdrukkelijk onderbouwde standpunt inzake de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie. Voorts is ’s hofs oordeel dat een dergelijk verzoek “zich niet leent voor behandeling op een pro-forma zitting” in strijd met het recht, meer in het bijzonder in strijd met art. 282 Sv Pro, aldus het middel.
“de door de raadsman opgeworpen vraag naar de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie zich niet [leent] voor behandeling op een pro forma zitting”.Het hof overweegt voorts dat het verzoek door de verdediging
“desgewenst, tijdens de inhoudelijke behandeling [kan] worden herhaald”. Het hof overweegt dat de verdediging het verzoek tijdens de inhoudelijke behandeling van de zaak kan herhalen. De gronden voor de voorlopige hechtenis zijn, ongeacht dit verzoek, nog steeds aanwezig, aldus het hof.
“niet langer (…) als conclusie [verbindt] dat het OM derhalve niet-ontvankelijk dient te worden verklaard (…)”. [6] Uit de toelichting op het middel blijkt tot slot ook niet welk in rechtens te respecteren belang de verdachte vervolgens in cassatie zou hebben bij deze klacht. [7] De klacht faalt dan ook.
tweede middelklaagt dat het hof in strijd met art. 359, zesde lid, Sv heeft verzuimd de redenen op te geven die hebben geleid tot de keuze van een vrijheidsbenemende straf voor de verdachte, althans dat dit oordeel onvoldoende (begrijpelijk) is gemotiveerd.
“op geen enkele wijze verantwoording heeft willen nemen voor zijn rol in het bewezen verklaarde”, aangezien hij geen medewerking heeft willen verlenen aan een gedragskundig onderzoek en evenmin aan het opmaken van een reclasseringsrapport. Indien gewenst, had hij hier via verschillende wegen toe gedwongen kunnen worden, maar dat is niet gebeurd. Verdachtes keuze om niet aan een onderzoek naar zijn persoon mee te werken, betekent echter niet dat hij geen verantwoording over zijn rol in het geheel heeft willen afleggen. Zodoende is ’s hof strafmotivering onbegrijpelijk gemotiveerd, aldus het middel.