ECLI:NL:PHR:2019:327
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in cassatie wegens niet tijdig indienen middelen van cassatie
De rechtbank Limburg heeft verlof verleend voor overdracht van inbeslaggenomen stukken aan Belgische autoriteiten naar aanleiding van een Belgisch rechtshulpverzoek. Diverse huiszoekingen in verschillende woonplaatsen leidden tot inbeslagname van voorwerpen en het indienen van klaagschriften en verzoeken om verlof ex art. 552p Sv. Namens zes belanghebbenden is cassatieberoep ingesteld tegen deze besluiten.
De aanzeggingen in cassatie zijn rechtsgeldig betekend tussen 27 juni en 14 juli 2017. Echter is binnen de wettelijke termijn van één maand na aanzegging geen schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend bij de Hoge Raad. Hierdoor kunnen de belanghebbenden niet in hun cassatieberoep worden ontvangen op grond van art. 447 lid 5 Sv Pro.
De conclusie van de Procureur-Generaal strekt ertoe dat de Hoge Raad de belanghebbenden niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde cassatieberoep. Er is sprake van een procedurele afwijzing zonder inhoudelijke beoordeling van de zaak.
Uitkomst: Belanghebbenden worden niet-ontvankelijk verklaard in hun cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van middelen van cassatie.