Conclusie
1.De zaak
2.Bewezenverklaring en bewijsvoering
onder 1, 2, 3, 4 en 5
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof Amsterdam veroordeeld tot twaalf maanden gevangenisstraf wegens medeplegen van het aanwezig hebben, vervoeren en afleveren van een hoeveelheid Crystal Methamfetamine. Het hof baseerde zich op diverse bewijsmiddelen, waaronder telefoongesprekken, observaties en verklaringen van betrokkenen binnen een georganiseerde drugsorganisatie.
De verdediging voerde aan dat niet kon worden bewezen dat de verdachte wist dat het om Crystal Methamfetamine ging en dat het hof onvoldoende had gemotiveerd dat sprake was van dubbel opzet, een vereiste voor medeplegen. Ook werd een alternatief scenario aangevoerd dat de drugs al in de woning van de afnemer aanwezig waren.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht heeft geoordeeld dat de verdachte wist waarover gesproken werd in de telefoongesprekken en dat het alternatief scenario onvoldoende onderbouwd was. De bewijsmiddelen laten volgens de Hoge Raad geen andere conclusie toe dan dat de verdachte samen met een ander de drugs heeft geleverd.
Daarom wordt het cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard op grond van art. 80a RO, waarmee de uitspraak van het hof definitief blijft staan.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard en de veroordeling tot twaalf maanden gevangenisstraf blijft in stand.