ECLI:NL:PHR:2019:1409
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Cassatie over afwijzing verzoek tot het horen van getuigen in zaak witwassen en deelname criminele organisatie
De verdachte is door het hof Amsterdam veroordeeld voor deelname aan een criminele organisatie en medeplegen van witwassen, waarbij grote geldbedragen uit bankoplichting werden doorgesluisd en witgewassen via binnen- en buitenlandse rekeningen en contante opnames. De verdediging verzocht het hof om twee getuigen te horen, onder wie een medeverdachte die telefonisch contact had met de verdachte over verdachte transacties.
Het hof wees deze verzoeken af omdat de getuigen reeds eerder waren gehoord bij de rechter-commissaris en het verzoek onvoldoende gemotiveerd was, met name omdat geen concrete onbeantwoorde vragen waren en het horen van de getuigen niet noodzakelijk werd geacht voor de waarheidsvinding. De verdediging stelde dat het horen van de getuigen essentieel was voor de betrouwbaarheid van verklaringen en het ondervragen van tegenstrijdigheden.
In cassatie oordeelt de Hoge Raad dat de motivering van het hof begrijpelijk en toereikend is. De verdediging had niet voldoende onderbouwd waarom het horen van de getuigen noodzakelijk was, noch waarom eerdere verklaringen onbetrouwbaar waren. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt daarmee het oordeel van het hof.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling tot negen maanden gevangenisstraf wordt bevestigd.