ECLI:NL:PHR:2018:909
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk in zaak medeplegen wapenbezit
De verdachte werd door het gerechtshof Den Haag veroordeeld wegens medeplegen van het handelen in strijd met de Wet wapens en munitie, specifiek het voorhanden hebben van een vuurwapen van categorie III op 5 april 2015 in Rotterdam. Het hof baseerde zijn bewezenverklaring mede op een forensisch DNA-rapport van Verilabs, dat het DNA op het wapen koppelde aan de verdachte.
De verdediging stelde dat het DNA-rapport ondeugdelijk was en verzocht om het horen van een deskundige, maar het hof wees dit af. De Procureur-Generaal klaagde dat het hof onvoldoende gemotiveerd had gereageerd op deze verweren. De Hoge Raad oordeelde echter dat de gestelde gebreken in het DNA-rapport en de afwijzing van het deskundigenverzoek geen wezenlijke afbreuk doen aan de bewezenverklaring.
Dit omdat ook andere bewijsmiddelen, zoals de verklaring van de medeverdachte en de vondst van het vuurwapen in het dashboard van de auto waarin verdachte en medeverdachte zaten, het oordeel van het hof ondersteunen. Daarom heeft de verdachte onvoldoende belang bij cassatie en verklaart de Hoge Raad het beroep niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte is niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende belang bij vernietiging.