Conclusie
3.Bewezenverklaring en bewijsvoering
als verklaring van [slachtoffer]:
als verslag van het informatief gesprek met [slachtoffer]:
als verklaring van [betrokkene 3]:
als relaas van verbalisant(en):
De verklaring van verdachteafgelegd ter terechtzitting van het hof d.d. 17 augustus 2017, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
4.Aan de bespreking van het middel voorafgaande beschouwingen
first-order volitionsen
second-order volitions. [10] Lindenberg licht dat onderscheid toe aan de hand van het voorbeeld van de drugsverslaafde, die wel wil afkicken, maar wie dat niet lukt. De wil om te gebruiken is, als het erop aankomt, sterker dan de wil om te stoppen. Dat de verslaafde ‘eigenlijk’ niet wil gebruiken, is een
second-order volition. De wil die op het moment waarop gebruikt wordt de overhand heeft, is een
first-order volition. Die wil bepaalt namelijk op dat moment het handelen. Op die handelingswil heeft de
second-order volitionbetrekking. Als de beide willen niet sporen, is sprake van “interne onvrijheid”. Men wil, maar kan niet stoppen. Van een ‘vrije’ (handelings)wil is zo gezien geen sprake.
first-order volitionbepalend is. Hij beargumenteert dat aan de hand van het voorbeeld van een beginnende parachutist, die graag wil parachutespringen (
second-order volition), maar die op de drempel van het springluik uit angst terugdeinst (
first-order volition). Als de instructeur de would be parachutist op dat moment een duw geeft zodat deze naar buiten valt, handelt die instructeur tegen de wil van de betrokkene. [11] Een ander voorbeeld dat Lindenberg geeft, is de drugsverslaafde die zich vrijwillig laat opnemen in een afkickkliniek, maar bij wie de drang om drugs te gebruiken de overhand krijgt en daarom wil vertrekken. Als hij dan, ondanks zijn hevige verzet, door zijn behandelaars in zijn kamer wordt opgesloten, geschiedt dat tegen zijn wil.
second-order volitionvan de persoon in kwestie, maar ingaat tegen diens
first-order volition. De consequentie van de opvatting dat de
first-order volitionbepalend is, lijkt mij te zijn dat in het omgekeerde geval, waarin gehandeld wordt in strijd met de
second-order volition, maar in overeenstemming met de
first-order volition, niet in strijd met de wil van de betrokkene wordt gehandeld. Men denke bijvoorbeeld aan een man die krap bij kas zit en daarom zijn uitgaven tot het hoogstnoodzakelijke wil beperken, maar zijn begeerte om de nieuwste computergame te bezitten niet kan weerstaan. De verkoper van het computerspel handelt, als de
first-order volitionbepalend is, niet tegen de wil van de betrokkene als hij de koopsom accepteert. Een ander, helaas maar al te realistisch voorbeeld betreft de vrouw die zich, door bittere armoede gedwongen, prostitueert. De man die van haar diensten gebruik maakt, handelt niet tegen haar wil als daarvoor de
first-order volitionmaatgevend is.
first-orderen
second-order volitionskan in verband gebracht worden met het hiervoor aangestipte verschil in perspectief. Als het gaat om de rechtspositie van degene die zich in een dwangpositie bevindt, is diens
second-order volitionrechtens relevant. De onvrijheid van de
first-onder volitiondie zijn handelen stuurde, kan onder omstandigheden een beroep op overmacht rechtvaardigen. Als het daarentegen gaat om de rechtspositie van degene die de dwangpositie heeft veroorzaakt, is, uitgaande van de opvatting van Lindenberg, de
second-order volitionvan het slachtoffer irrelevant. Toegespitst op het voorbeeld van de gijzelnemer betekent dit dat gezegd kan worden dat de autoriteiten zich gedwongen voelden om een vluchtauto ter beschikking te stellen en daarbij dus niet uit vrije wil handelden, terwijl tegelijk gezegd kan worden dat de gijzelnemer die de vluchtauto aanvaardde, daarmee niet in strijd met hun wil handelde.
first-order volitionbepalend is, heeft de gijzelnemer in het gegeven voorbeeld geen opzet, ook niet als hij weet dat de auto enkel aan hem wordt afgegeven omdat de autoriteiten zich daardoor als gevolg van zijn optreden gedwongen voelen. Als (ook) de
second-order volitionmeetelt, brengt die wetenschap wél mee dat de gijzelnemer opzet heeft op afpersing. Hoewel het dus groot verschil kan maken wat onder tegen iemands wil handelen moet worden verstaan, meen ik dat het in de onderhavige zaak niet nodig is om hier positie te kiezen. Dit omdat, zoals bij de hierna volgende bespreking van het middel moge blijken, het oordeel van het hof dat de verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat hij tegen de wil van de aangeefster handelde, ook ontoereikend is gemotiveerd als er vanuit moet worden gegaan dat de
second-order volitionbij het bepalen van die wil meetelt. Ik merk daarbij op dat het bewijs dat de verdachte begreep dat de seksuele handelingen tegen de
first-order volitionvan het slachtoffer plaatsvonden, in het algemeen al heel moeilijk is te leveren als dat slachtoffer zich niet heeft verzet en ook niet op andere wijze heeft laten blijken dat hij of zij van de seksuele handelingen niet gediend was. [12] Het bewijs dat de verdachte, ondanks het feit dat het slachtoffer de seksuele handelingen ogenschijnlijk wilde, begreep dat die handelingen tegen de
second-order volitionvan het slachtoffer ingingen, is in het algemeen nog moeilijker te leveren.
5.De bespreking van het middel
first-order volitionvan de aangeefster ingingen (zij wilde die handelingen om de verdachte tot kalmte te brengen), maar wel tegen haar
second-order volition(zij voelde zich gedwongen om de verdachte op die wijze te kalmeren). Bij het oordeel dat het seksuele contact niet in strijd was met de
first-order volitionvan de aangeefster past dat het hof het niet relevant achtte dat de aangeefster mogelijk met de seks was begonnen. Daarbij past ook dat het hof de volgende, voor het bewijs gebruikte verklaring van de verdachte (bewijsmiddel 5) kennelijk niet in strijd met de bewezenverklaring oordeelde: “Ik heb niet getracht dat te doen, want zij vroeg mij dat te doen. Ik heb het wel geprobeerd, maar dat was op haar verzoek”. Aan het oordeel dat de seksuele handelingen ingingen tegen de
second-order volitionvan de aangeefster, doet niet af dat het initiatief daartoe mogelijk van haar is uitgegaan. Ook het nemen van dat initiatief kan uit de nood geboren zijn.
second-order volitionvan de aangeefster inging.