Conclusie
middelklaagt namens de verdachte, die dat kennelijk zelf niet meer weet, dat het proces-verbaal van de terechtzitting van 7 december 2016 tegenstrijdig is over zijn aanwezigheid op die terechtzitting. Zo vermeldt – aldus de toelichting op het middel – dat proces-verbaal enerzijds dat de verdachte toen niet is verschenen, dat de raadsvrouw ter terechtzitting aanwezig is en heeft verklaard uitdrukkelijk door de verdachte gemachtigd te zijn de verdediging te voeren en dat aan de raadsvrouw het recht wordt gelaten het laatst te spreken, doch anderzijds dat de voorzitter de verdachte vermaant oplettend te zijn etc. en de verdachte meedeelt dat deze niet tot antwoorden verplicht is. Vanwege “het belang van deze tegenstrijdigheid”, zou de gestelde onjuistheid een verzuim zijn dat tot nietigheid van het onderzoek ter terechtzitting en daarmee tot nietigheid van het arrest moet leiden.