Conclusie
1.Inleiding en samenvatting
2.Feiten en procesverloop
Description
Description:
3.Bespreking van het cassatiemiddel
onderdeel IIIvan het middel lees ik een klacht tegen het oordeel van het hof in rechtsoverweging 3.5 (naast klachten tegen rechtsoverweging 3.6). Voordat ik die klacht bespreek, citeer ik het hof:
nietheeft geoordeeld dat [verzoekster] geen bezitsdaden heeft verricht. In plaats daarvan heeft het hof geoordeeld dat [verzoekster] haar stelling dat zij het perceel vóór 31 oktober 1993 in bezit heeft genomen onvoldoende heeft onderbouwd en dat voor die stelling ook geen bewijs is te vinden in de door [verzoekster] overgelegde huurovereenkomsten van 1998 en 2003 en de meetbrief die in 2007 in opdracht van [verzoekster] is opgemaakt. Het hof laat dus in het midden of [verzoekster] op of na 31 oktober 1993 bezitsdaden heeft verricht.
onderdeel IIrichten zich tegen rechtsoverwegingen 3.3 en 3.4. Daar bespreekt het hof de eerste grief van de erven [A] , die betoogt dat het GEA er ten onrechte vanuit is gegaan dat de huurovereenkomst tussen [betrokkene 1] (de echtgenoot van [verzoekster] ) en [A] vóór 1983 was geëindigd. Het hof oordeelt dat deze grief terecht is voorgesteld. Volgens het hof heeft [verzoekster] haar stelling dat de huur vóór 1983 is geëindigd onvoldoende nader onderbouwd, gelet op de door de erven [A] overgelegde producties. Ook overigens zijn volgens het hof geen omstandigheden aangevoerd of gebleken op grond waarvan kan worden vastgesteld dat, en zo ja wanneer, de huurovereenkomst tussen [betrokkene 1] en [betrokkene 2] is geëindigd.
nietvoordoet.