ECLI:NL:PHR:2018:1350

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
16 oktober 2018
Publicatiedatum
4 december 2018
Zaaknummer
17/04920
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Nietig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 552a lid 6 SvArt. 22 lid 2 SvArt. 22 lid 3 SvArt. 94 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging beschikking beslagauto wegens niet-openbare behandeling klaagschrift

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 12 september 2017 een beschikking gegeven tot beslag op een auto en andere zaken van klager. Klager stelde cassatie in tegen deze beschikking en betoogde dat de behandeling van het klaagschrift door de raadkamer op 29 augustus 2017 niet in het openbaar had plaatsgevonden, zoals vereist volgens art. 552a lid 6 Sv.

De Hoge Raad oordeelt dat dit voorschrift van zodanig belang is dat niet-naleving leidt tot nietigheid van het onderzoek en de daaropvolgende beschikking, tenzij toepassing is gegeven aan uitzonderingsbepalingen in art. 22 lid 2 en Pro 3 Sv. Omdat niet blijkt dat de behandeling openbaar was of dat uitzonderingen van toepassing waren, is de beschikking nietig.

Daarom vernietigt de Hoge Raad de bestreden beschikking en wijst de zaak terug naar de rechtbank Zeeland-West-Brabant voor een nieuwe behandeling van het klaagschrift in overeenstemming met de wettelijke eisen.

Uitkomst: De beschikking tot beslag op de auto wordt vernietigd wegens niet-openbare behandeling van het klaagschrift en de zaak wordt terugverwezen.

Conclusie

Nr. 17/04920 B
Zitting: 16 oktober 2018
Mr. D.J.C. Aben
Conclusie inzake:
[verdachte]
De rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, heeft op 12 september 2017 een beschikking gegeven op een klaagschrift ex art. 552a Sv strekkende tot, kort gezegd, opheffing van het beslag op de auto met het kenteken [AA-00-BB] en alle eventuele overige zaken, met last tot teruggave dan wel afgifte aan klager.
Namens de klager heeft mr. J.J.J. van Rijsbergen, advocaat te Breda, een middel van cassatie voorgesteld.
Het middelklaagt dat de behandeling in raadkamer op 29 augustus 2017 niet in het openbaar heeft plaatsgevonden.
De behandeling van het klaagschrift vond plaats op 29 augustus 2017. Het daarvan opgemaakte proces-verbaal vermeldt niet dat die behandeling in het openbaar heeft plaatsgevonden. Nu niet blijkt dat die behandeling in het openbaar heeft plaatsgevonden, is het middel gegrond. Dit verzuim geeft aanleiding tot nietigheid.
Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot terugwijzing van de zaak naar de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, teneinde op het bestaande klaagschrift opnieuw te worden behandeld en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG