Conclusie
eerste middelklaagt dat geen afschrift van de appeldagvaarding is gezonden naar een door de verdachte opgegeven adres zodat het hof ten onrechte het onderzoek ter terechtzitting niet heeft geschorst.
tweede middelgeen bespreking.
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte stelde hoger beroep in tegen een vonnis van de politierechter, waarbij hij een schriftelijke volmacht verleende aan zijn raadsman met de opgave van diens kantooradres voor toezending van de akte en appeldagvaarding. Het hof verklaarde de verdachte niet-ontvankelijk omdat geen afschrift van de appeldagvaarding aan het kantooradres van de raadsman was verzonden, terwijl de dagvaarding ter griffie was uitgereikt wegens onbekende verblijfplaats van de verdachte.
De Hoge Raad herhaalt het onderscheid tussen de adresopgave voor toezending van de appeldagvaarding conform art. 450.3 Sv en art. 588a.1.c Sv. Het faxbericht met het kantooradres geldt als adres voor toezending volgens art. 450.3 Sv, maar niet als adres in de zin van art. 588a.1.c Sv. Omdat het hof de zaak zonder toezending van het afschrift aan het kantooradres behandelde, is het onderzoek ter terechtzitting nietig.
De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug naar het hof Den Haag voor hernieuwde behandeling van het hoger beroep. De conclusie van de Procureur-Generaal ondersteunt deze vernietiging. Er is samenhang met een andere zaak (16/01347) waarin geen middelen zijn ingediend.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling wegens niet-toezending van het afschrift van de appeldagvaarding aan het kantooradres van de raadsman.