Conclusie
middelkomt op tegen het oordeel van het hof dat de uitreiking van de niet-vertaalde mededeling uitspraak een omstandigheid oplevert waaruit voortvloeit dat de verdachte bekend was met het vonnis.
Stb.2013, 85, strekkende tot implementatie van Richtlijn 2010/64/EU van 20 oktober 2010 betreffende het recht op vertolking en vertaling in strafprocedures. Ook op die Richtlijn en de daarbij behorende wetgeschiedenis betreffende de implementatie daarvan in de Nederlandse wetgeving wijst het middel.
Wat betreft het criterium dat in een dergelijke verhoorsituatie geldt om te bepalen of de verdachte de Nederlandse taal machtig is, volgt uit de memorie van toelichting dat het er om gaat dat de verdachte de hem gestelde vragen en gedane mededelingen begrijpt, dat hij in staat is zijn eigen lezing te geven over de gebeurtenissen waarover zijn verklaring wordt verlangd en voldoende in staat is daarin nuances aan te brengen. Indien de verdachte vragen slechts met ja en nee kan beantwoorden, moet worden geconcludeerd dat de verdachte de taal onvoldoende beheerst. [3]