Conclusie
De bewijsmiddelen
Parket bij de Hoge Raad
Op 1 april 2015 werd verdachte door de rechtbank 's-Gravenhage veroordeeld voor meerdere feiten, waaronder mishandeling, bedreiging, diefstal door braak en vernieling. Het hof verklaarde het hoger beroep deels niet-ontvankelijk, sprak verdachte vrij van enkele feiten, breidde de bewezenverklaring van een mishandelingsfeit uit en bevestigde de rest van het vonnis. Verdachte stelde cassatie in tegen deze uitspraak.
De middelen in cassatie richtten zich op de motivering van de bewezenverklaringen, met name de betrouwbaarheid van de getuige [betrokkene 1] en de waardering van haar verklaringen door hof en rechtbank. De Hoge Raad constateerde dat het hof onvoldoende heeft toegelicht welk bewijs de verklaringen van deze getuige ondersteunt en waarom ontlastende verklaringen van een medeverdachte geen waarde kregen.
De Hoge Raad oordeelde echter dat de rechtbank voldoende steunbewijs had aangevoerd ter onderbouwing van de verklaringen van [betrokkene 1], onder meer door andere getuigenverklaringen, forensisch bewijs en foto’s van letsel. Het hof mocht afwijken in de waardering van bewijs en vrijspraak van enkele feiten, maar bevestigde de bewezenverklaring van de overige feiten. De Hoge Raad verbeterde ambtshalve de bewezenverklaring van het mishandelingsfeit en verwierp de cassatieberoepen, waarmee de strafoplegging in stand bleef.
Uitkomst: Cassatieberoep verworpen en strafoplegging van hof bevestigd met ambtshalve aanpassing bewezenverklaring mishandeling.