ECLI:NL:PHR:2017:880
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep in zaak profijtontneming
In deze zaak ging het om een beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarbij de betrokkene was veroordeeld tot profijtontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
Het gerechtshof had vastgesteld dat de betrokkene €51.600,- aan wederrechtelijk verkregen voordeel had en legde een betalingsverplichting van €46.600,- op aan de Staat.
De betrokkene stelde beroep in cassatie in, maar heeft niet binnen de wettelijk gestelde termijn schriftelijke middelen van cassatie ingediend. Hierdoor is niet voldaan aan het voorschrift van artikel 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.
De Hoge Raad verklaart daarom het cassatieberoep niet-ontvankelijk. De aanzegging in cassatie is rechtsgeldig betekend aan de betrokkene en haar raadsman, maar het ontbreken van schriftelijke middelen leidt tot niet-ontvankelijkheid.
De zaak hangt samen met een andere ontnemingszaak tegen een medebetrokkene, waarvoor eveneens een conclusie is uitgebracht.
Uitkomst: Het cassatieberoep van betrokkene wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van schriftelijke middelen.