ECLI:NL:PHR:2017:849

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
20 juni 2017
Publicatiedatum
31 augustus 2017
Zaaknummer
16/00841
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 137g SrArt. 80a ROArt. 342 lid 2 SvArt. 365a lid 2 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens medeplegen discriminatie in beroep

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, waarin de verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van discriminatie in de uitoefening van een beroep, namelijk als bedrijfsleider van een discotheek in Almere.

De verdachte voerde in cassatie onder meer aan dat de bewezenverklaring onvoldoende was gemotiveerd en dat het bewijs niet voldeed, met name dat de bewezenverklaring enkel steunde op verklaringen van een aangever. De Hoge Raad verwijst echter naar meerdere bewijsmiddelen die het hof heeft overwogen, waaronder verklaringen en andere stukken, en oordeelt dat het middel evident ongegrond is.

Daarnaast klaagde de verdachte dat het medeplegen niet uit het bewijs kon worden afgeleid. Ook deze klacht wordt verworpen vanwege voldoende bewijs, waaronder zeven bewijsmiddelen die het hof heeft overwogen.

Op grond van artikel 80a van het Wetboek van Strafvordering wordt het cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard. De Procureur-Generaal concludeert tot niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard en de veroordeling wegens medeplegen discriminatie blijft in stand.

Conclusie

Nr. 16/00841
Zitting: 20 juni 2017
Mr. A.E. Harteveld
Conclusie inzake:
[verdachte]
De verdachte is bij arrest van 7 december 2015 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, wegens “medeplegen van in de uitoefening van een beroep of bedrijf personen opzettelijk discrimineren wegens hun ras”, veroordeeld tot een geldboete van € 1.750,00, subsidiair 27 dagen hechtenis, waarvan € 750,00, subsidiair 15 dagen hechtenis, voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.
Er bestaat samenhang met de zaken 15/05757 en 16/00843. In deze zaken zal ik vandaag ook concluderen.
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte en mr. M.A.M. Pijnenburg, advocaat te Amsterdam, heeft een middel van cassatie voorgesteld.
Het
middel
4.1. Het middel komt met motiveringsklachten op tegen het ten laste van de verdachte bewezenverklaarde, te weten dat:
“hij in de periode van 19 maart 2011 tot en met 5 april 2011 te Almere tezamen en in vereniging met andere personen, in de uitoefening van een beroep of bedrijf, namelijk als bedrijfsleider en/of beleidsmaker van discotheek/ uitgaansgelegenheid (VOF) [A] , [betrokkene 1] en andere onbekend gebleven personen opzettelijk heeft gediscrimineerd wegens hun ras en niet-Nederlandse etnische afkomst, door een beleid te voeren waarbij maar een bepaald/beperkt percentage mannelijke allochtonen/mensen met een donkere huidskleur, binnen wordt gelaten.”
4.2. Voor zover het middel klaagt dat deze bewezenverklaring, in strijd met art. 342 lid 2 Sv Pro, enkel steunt op verklaringen van aangever [betrokkene 1] , is het evident ongegrond. Ik volsta met een verwijzing naar de acht bewijsmiddelen die het hof in de aanvulling als bedoeld in art. 365a lid 2 Sv heeft opgenomen.
4.3. Ook voor zover het middel verder klaagt dat uit die bewijsmiddelen het bewezenverklaarde “tezamen en in vereniging met andere personen”, oftewel het door de verdachte hebben medegepleegd van de verweten gedraging niet kan volgen, is het evident ongegrond. Ook hier volsta ik met een verwijzing naar de bewijsmiddelen, in het bijzonder de bewijsmiddelen 1 tot en met 7.
4.4. Het middel is - in al zijn onderdelen - evident tevergeefs voorgesteld, zodat de verdachte mijns inziens op grond van art. 80a RO niet in het cassatieberoep kan worden ontvangen.
5. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep op de voet van artikel 80a RO.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG