ECLI:NL:PHR:2017:619
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoek tot verstekverlening na invoering digitaal procederen in vorderingszaken
In deze zaak heeft HRC N.V. cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch. De verweerster, gevestigd in België, is niet verschenen in cassatie en heeft geen advocaat bij de Hoge Raad gesteld. De procesinleiding en het oproepingsbericht zijn betekend bij de advocaat van de verweerster in Nederland, waar zij woonplaats had gekozen, maar zonder de verplichte termijnmelding conform artikel 115 lid 2 WvBRv Pro.
De kernvraag was of tegen de verweerster verstek kan worden verleend, ondanks dat de betekening niet conform de EG-Betekeningsverordening heeft plaatsgevonden en de termijn voor verschijnen niet correct in de procesinleiding is vermeld. De Hoge Raad overwoog dat artikel 115 WvBRv Pro ruimte laat voor betekening op grond van artikel 63 WvBRv Pro als de verweerster woonplaats heeft gekozen in Nederland.
De parlementaire geschiedenis bevestigt dat in dergelijke gevallen de artikelen 30a lid 3 en 63 WvBRv onverkort van toepassing zijn, ook als de verweerster een woonplaats in een EG-lidstaat heeft. Dit betekent dat verstekverlening tegen de verweerster gerechtvaardigd is. De conclusie van de procureur-generaal strekt dan ook tot verstekverlening.
Uitkomst: Verstek wordt verleend tegen de verweerster wegens het niet verschijnen in cassatie binnen de geldende termijn.