Conclusie
Sortiva Papier en Kunststoffen B.V.
[eiseres 2] ,
1.Feiten en procesverloop
primairhoofdelijke veroordeling van Sortiva en [eiseres 2] tot betaling van € 352.184,93 (zijnde het totale op de verkoopopbrengst in verrekening gebrachte bedrag), vermeerderd met rente en kosten,
subsidiairveroordeling van Sortiva tot betaling van het in verrekening gebrachte bedrag ad € 129.137,41, veroordeling van [eiseres 2] tot betaling van het in verrekening gebrachte bedrag ad € 207.047,52 alsmede hoofdelijke veroordeling van Sortiva en [eiseres 2] tot betaling van het in verrekening gebrachte bedrag ad € 15.000,--, alle bedragen vermeerderd met rente en kosten.
2.Bespreking van het principale cassatiemiddel
opgeslagen hoeveelheid papier.Van een opgeslagen voorraad is volgens het onderdeel gelet op de feitelijke gang van zaken geen sprake.
3.Bespreking van het incidentele cassatiemiddel
niet in geschil is dat Sortiva voorafgaand aan het faillissement bevoegdelijk een retentierecht heeft uitgeoefend op het aandeel van VAOP in de voorraad papier.Ten eerste wordt geklaagd dat het hof miskent (i) dat een retentierecht alleen kan worden uitgeoefend over een zaak en niet over een vermogensrecht zoals het aandeel c.q. de mede-eigendom van VAOP in de voorraad papier, en (ii) dat het aandeel van VAOP niet te onderscheiden was van het aandeel van de andere (mede)eigenaars, zodat Sortiva tegenover deze derden geen retentierecht uit de relatie met VAOP kon inroepen. Ten tweede wordt geklaagd dat het hof zijn oordeel ontoereikend heeft gemotiveerd door voorbij te gaan aan de essentiële stelling van de curator dat een beroep op vermenging en een beroep op een retentierecht innerlijk tegenstrijdig zijn.
verplichting die strekt tot afgifte van een zaak, waarvan de nakoming jegens de
schuldenaarkan worden opgeschort. [18] Voor het bestaan van een retentierecht als zodanig is de positie van de schuldenaar ten opzichte van de zaak – eigendom of mede-eigendom – niet relevant. Onder zaak valt te verstaan stoffelijk object, waaronder ook een bestanddeel van een stoffelijk object. [19] Gelet op de gang van zaken in het onderhavige geval moet het er voor worden gehouden dat sprake was van een permanent vlottende gemeenschap van een hoeveelheid vermengd papier ten aanzien waarvan met instemming van de deelgenoten continu – namelijk bij elke uitlevering van een door Sortiva te individualiseren hoeveelheid papier – partiële verdelingen plaatsvonden. Als mede-eigenaar had ook VAOP jegens Sortiva een zakelijke aanspraak op (uit)levering c.q. afgifte van een stoffelijke hoeveelheid papier – een zaak – die correspondeerde met haar aandeel in de voorraad papier. [20] Sortiva had derhalve jegens haar schuldenaar VAOP een verplichting tot afgifte van een zaak. Deze kon zij opschorten totdat VAOP haar schuld voldeed. Deze opschorting laat de mogelijkheid van uitlevering aan andere mede-eigenaren onverlet.
het papier, indien Sortiva dat niet tijdig had verkocht, sterk in waarde zou zijn gedaald en de boedel zou zijn benadeeld, dat oordeel eveneens onjuist is. Het hof miskent in dat geval dat, naar de curator heeft aangevoerd, artikel 6:135, aanhef en sub b, BW verrekening door een schuldenaar uitsluit ingeval zijn verplichting “strekt tot vergoeding van schade die hij opzettelijk heeft toegebracht”. De wederrechtelijke verkoop door Sortiva en het daaropvolgende beroep op verrekening is volgens de wetsgeschiedenis het schoolvoorbeeld van eigenrichting waartegen artikel 6:135, aanhef en sub b, BW bedoelt te beschermen:
opzettelijkheeft toegebracht wegens de korte houdbaarheid van papier en de kennelijk lastige positie waarin dit Sortiva zou hebben gebracht, is zijn oordeel onbegrijpelijk gemotiveerd. Het uitgangspunt dat Sortiva door de verkoop geen opzettelijke schade heeft toegebracht aan de boedel, is zonder nadere motivering niet te rijmen met de eerdere overweging dat Sortiva onrechtmatig jegens VAOP heeft gehandeld door de voorraad papier zonder toestemming van VAOP te verkopen (rov. 3.11), aldus het onderdeel.
nietstrekt tot bescherming van de schuldeisers van de gelaedeerde (i.c. VAOP) tegen verrekening door de laedens. [23]