Conclusie
middelklaagt dat het kennelijke oordeel van het hof dat de Terugkeerrichtlijn [2] zich niet verzet tegen het strafbaar achten van de verdachte, althans tegen het opleggen van een strafrechtelijke sanctie, getuigt van een onjuiste rechtsopvatting, aangezien de (bij beschikking van 30 januari 2006 opgelegde) ongewenstverklaring van de verdachte ten tijde van zijn verblijf in Nederland op 14 juni 2011 (de dag van de bewezenverklaring) geen rechtskracht meer had.