Conclusie
eerste klachtis gericht tegen de uitleg van het bestanddeel ‘onttrekken’ als bedoeld in art. 279 Sr Pro. De steller van het middel betoogt dat het hof heeft miskend dat voor onttrekken aan het opzicht, als dat wordt uitgeoefend door Bureau Jeugdzorg (hierna: Jeugdzorg) vanwege een ondertoezichtstelling, minst genomen sprake dient te zijn van een schriftelijke aanwijzing van Jeugdzorg in weerwil waarvan de met het gezag belaste ouders handelen.
tweede klacht, te weten dat de bewezenverklaring onvoldoende is gemotiveerd omdat van een schriftelijke aanwijzing als bedoeld in art. 1:258 (oud) BW niet is gebleken, faalt.
derde klachtricht zich tegen de motivering van de bewezenverklaring. De steller van het middel meent dat gedeelten van de bewijsoverweging niet zijn gebaseerd op wettige bewijsmiddelen noch met voldoende nauwkeurigheid is aangegeven waaraan het hof die feiten of omstandigheden heeft ontleend.
middel faaltin alle onderdelen.