Conclusie
‘mishandeling, begaan tegen zijn levensgezel’en
‘wederspannigheid’veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van één maand waaraan het hof een proeftijd van twee jaren heeft verbonden.
eerste middelbehelst de klacht dat het hof heeft verzuimd de namens de verdachte gevoerde verweren te vermelden in het proces-verbaal van de terechtzitting dan wel in het arrest, zodat in cassatie niet valt na te gaan welke verweren er zijn gevoerd.
de raadsman (…) opgeeft dat de verdachte voor het onder 1 ten laste gelegde ten onrechte is veroordeeld,” [6] dat
“de raadsman het woord[voert]
tot verdediging. De raadsman voert daarbij verweren als weergegeven in het arrest” en dat de advocaat-generaal
“andermaal in repliek het woord”voert, waarop de raadsman geen gebruik maakt van zijn recht op dupliek. In het arrest (of het proces-verbaal) is evenwel niets opgenomen ten aanzien van de gevoerde verweren. De vraag rijst of derhalve sprake is van een verzuim dat nietigheid van het proces-verbaal en het onderzoek meebrengt. Gezien het voorgaande meen ik van wel. Ook de omstandigheid dat de advocaat-generaal heeft gerepliceerd op het pleidooi van de raadsman vormt een extra indicatie dat verweren zijn gevoerd waarvan in cassatie niet meer is na te gaan of deze wel of niet een uitdrukkelijk beslissing van het hof behoefden. [7] ‘s Hofs verzuim is derhalve zozeer strijdig met de goede procesorde dat het moet leiden tot nietigheid van het onderzoek en deze uitspraak.
tweede middelklaagt dat hoewel in eerste aanleg toepassing is gegeven aan art. 378a Sv (summiere aantekening vonnis) in strijd met art. 422 Sv Pro uit het arrest noch de aanvulling daarop blijkt dat ’s hofs beraadslaging (als bedoeld in art. 348 en Pro 350 Sv) slechts heeft plaatsgevonden naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep.
‘onderzoek van de zaak’immers dat:
derde middelklaagt dat het hof de bewezenverklaring van het onder 1 bewezenverklaarde feit (mishandeling) in strijd met art. 342 lid 2 Sv Pro (unus testis, nullus testis) heeft doen steunen op de verklaring(en) van één getuige, te weten de aangeefster.
bij de armen heeft vastgepakt en/of de armen heeft omgedraaid en
bij het hoofdhaar heeft vastgepakt en/of aan het hoofdhaar heeft getrokken, waardoor deze pijn heeft ondervonden.”