ECLI:NL:PHR:2017:149
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring betrokkene in cassatieberoep wegens niet-indienen middelen
Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft bij arrest vastgesteld dat betrokkene €15.906,- aan wederrechtelijk verkregen voordeel aan de Staat moet betalen. Betrokkene stelde tijdig beroep in cassatie in tegen dit arrest.
Echter, hoewel de aanzegging van het cassatieberoep conform art. 435, eerste lid, Sv geldig is betekend, zijn namens betrokkene geen middelen van cassatie ingediend binnen de voorgeschreven termijn. Volgens art. 511h Sv in verbinding met art. 437, tweede lid, Sv is het indienen van een schriftuur met middelen van cassatie binnen twee maanden na betekening van de aanzegging verplicht, op straffe van niet-ontvankelijkheid.
Omdat niet aan deze eis is voldaan, concludeert de Procureur-Generaal dat betrokkene niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn cassatieberoep. Deze conclusie geldt ook voor twaalf samenhangende zaken. De Hoge Raad volgt deze conclusie en verklaart het cassatieberoep niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Betrokkene wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van middelen.