ECLI:NL:PHR:2017:149

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
24 januari 2017
Publicatiedatum
14 maart 2017
Zaaknummer
16/00950
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 435 SvArt. 437 SvArt. 511h Sv
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring betrokkene in cassatieberoep wegens niet-indienen middelen

Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft bij arrest vastgesteld dat betrokkene €15.906,- aan wederrechtelijk verkregen voordeel aan de Staat moet betalen. Betrokkene stelde tijdig beroep in cassatie in tegen dit arrest.

Echter, hoewel de aanzegging van het cassatieberoep conform art. 435, eerste lid, Sv geldig is betekend, zijn namens betrokkene geen middelen van cassatie ingediend binnen de voorgeschreven termijn. Volgens art. 511h Sv in verbinding met art. 437, tweede lid, Sv is het indienen van een schriftuur met middelen van cassatie binnen twee maanden na betekening van de aanzegging verplicht, op straffe van niet-ontvankelijkheid.

Omdat niet aan deze eis is voldaan, concludeert de Procureur-Generaal dat betrokkene niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn cassatieberoep. Deze conclusie geldt ook voor twaalf samenhangende zaken. De Hoge Raad volgt deze conclusie en verklaart het cassatieberoep niet-ontvankelijk.

Uitkomst: Betrokkene wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van middelen.

Conclusie

Nr. 16/00950 P
Zitting: 24 januari 2017
Mr. E.J. Hofstee
Conclusie inzake:
[betrokkene]
Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, heeft bij arrest van 9 november 2015 het wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op € 15.906,- en aan de betrokkene de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van dat bedrag.
Er bestaat samenhang met twaalf andere zaken. In alle zaken zal ik vandaag concluderen.
De betrokkene heeft tijdig beroep in cassatie doen instellen. Hoewel de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv geldig is betekend, zijn namens hem geen middelen van cassatie voorgesteld.
Art. 511h Sv in verbinding met art. 437, tweede lid, Sv schrijft voor dat op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen twee maanden na betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie moet worden ingediend. Nu bij de Hoge Raad niet tijdig een schriftuur is ingediend, dient de betrokkene niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep te worden verklaard.
Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de betrokkene in zijn cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG