Conclusie
1.Feiten en procesverloop
Interest on Escrow Amount and costs
Entitlement to the Escrow Amount/Claims
2.Bespreking van het cassatiemiddel
“the present day value of the impact”.Dat hiermee gedoeld wordt op contant making van het nadeel per 5 januari 2001 dan wel 5 maart 2001 vindt tot slot evenmin steun in artikel 5.1.c (iv) waarin de wijze van berekening van
“the present day value”wordt beschreven. Transautex heeft zich tot slot nog beroepen op de brieven van [betrokkene 1], partner/valuator bij Talanton Valuation Services B.V. en van [betrokkene 2] van Solid Valuation (prod. 140 en 141). In deze brieven wordt, kort gezegd, het standpunt ingenomen dat vanuit bedrijfseconomisch perspectief – uitgaande van de veronderstelling dat Burger King de waarde van de overgenomen activiteiten/onderneming per transactiedatum had berekend conform de DCF methode – ook het nadeel per die datum dient te worden bepaald. Dit leidt niet tot een ander oordeel, nu niet is gebleken dat partijen deze berekeningsmethode (met contantmakingsdatum per 5 januari 2001 of 5 maart 2001) bij het sluiten van [de] Escrow Agreement voor ogen hebben gehad voor de zich hier voordoende situatie dat in het geheel geen betaling onder de Escrow Agreement heeft plaatsgevonden binnen de overeengekomen termijn van vijftien jaar. Burger King behoefde in de gegeven omstandigheden de thans door Transautex bepleite uitleg redelijkerwijs niet te verwachten. Het hof tekent hierbij aan dat Transautex in de inleidende dagvaarding (7.1) onderschrijft dat in de Escrow Agreement is uitgegaan van de situatie dat het bedrag in de escrow uiterlijk op 30 april 2008 kon worden uitgekeerd.’
petitio principii, namelijk dat waar diverse contractsbepalingen contantmaking van de negatieve impact van de minder gunstige voorwaarden van de nieuwe concessie veronderstellen, vergoeding van de nominale waarde nimmer aan de orde kan zijn. Het hof daarentegen is ervan uitgegaan dat partijen contantmaking zijn overeengekomen
voor het gevaldat vergoeding vanuit de escrow zou plaatsvinden vóórdat die negatieve impact zich daadwerkelijk zou voordoen. Geen van de stellingen waarnaar de klacht verwijst, brengen mee dat die uitleg onbegrijpelijk is of een nadere motivering behoefde.
petitio principiikan worden afgedaan, namelijk de stelling dat partijen met de contantmaking in feite een neerwaartse aanpassing van de koopprijs op het oog hadden, terwijl die koopprijs is bepaald en betaald in 2001. [2]
op zichzelfen dan is daarover het navolgende te zeggen. (Hierna, onder 2.18 e.v.p zal ik het subonderdeel nog eens beschouwen in samenhang met de kwestie wie aanspraak kan maken op de rente die over het in escrow gestorte bedrag is bijgeschreven.)
onderdeel 2, dat zich richt tegen rechtsoverweging 63 van het arrest van het hof, bouwt voort op de hiervoor besproken uitgangspunten en behoeft geen afzonderlijke bespreking.
subonderdeel 1.2te hervatten.
vanaf 2008rente wordt berekend. Het is niet passend om de rente te berekenen
vanaf 2001.Dat leidt er immers toe dat tussen 2001 en 2008 een rentevoordeel wordt gerealiseerd van, laten we zeggen, 4. Per 2008 is er dan 17 beschikbaar om een nadeel van 13 het hoofd te bieden. Anders gezegd: de rente over de periode 2001-2008 is bovenmatig. Ze zou dat niet zijn geweest wanneer het hof het bedrag van 13 wel contant had gemaakt. De contante waarde van 10 zou in dat geval per 2008, na bijschrijving van rente, keurig een waarde van 13 hebben opgeleverd, geheel in overeenstemming met de impact van de minder gunstige concessievoorwaarden vanaf 2008.
in combinatie meteen aanspraak op rente over het nominale bedrag van dat nadeel over mede de periode die aan dat intreden voorafging.