ECLI:NL:PHR:2017:1398

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
28 november 2017
Publicatiedatum
21 december 2017
Zaaknummer
16/01282
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 27 SrArt. 435 SvArt. 437 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens niet tijdig indienen middelen

Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft de verdachte bij arrest van 7 oktober 2015 veroordeeld tot negen jaren gevangenisstraf voor diefstallen en pogingen daartoe. Daarnaast zijn beslissingen genomen over inbeslaggenomen voorwerpen en vorderingen van benadeelden.

De verdachte heeft beroep in cassatie ingesteld, maar heeft niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van twee maanden na aanzegging op 21 april 2017 schriftelijk middelen van cassatie ingediend bij de Hoge Raad.

Op grond van artikel 437, tweede lid, Sv kan de verdachte daarom niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen. De procureur-generaal concludeert tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het cassatieberoep.

De zaak kent samenhang met een andere zaak (15/05057), maar dit doet niet af aan de niet-ontvankelijkverklaring. Het arrest bevestigt de strikte toepassing van termijnen in cassatieprocedures.

Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in cassatieberoep wegens niet tijdig indienen van middelen.

Conclusie

Nr. 16/01282
Zitting: 28 november 2017
Mr. B.F. Keulen
Conclusie inzake:
[verdachte]
1. Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft de verdachte bij arrest van 7 oktober 2015 gedeeltelijk niet-ontvankelijk verklaard en ter zake van diefstallen, [1] gekwalificeerde diefstallen [2] en pogingen daartoe [3] alsmede “
opzetheling, meermalen gepleegd”, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van negen jaren, met aftrek als bedoeld in art. 27 Sr Pro. Voorts heeft het hof beslissingen genomen ten aanzien van de inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, alsmede ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen, een en ander zoals nader in het arrest omschreven.
2. In deze zaak bestaat samenhang met de zaak 15/05057, waarin ik vandaag eveneens concludeer. [4]
3. Namens de verdachte is beroep in cassatie ingesteld.
4. De aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv is op 21 april 2017 in persoon aan de verdachte betekend. De in het tweede lid van art. 437 Sv Pro gestelde termijn van twee maanden liep derhalve af op dinsdag 20 juni 2017. Gedurende deze termijn is geen schriftuur houdende middelen van cassatie binnengekomen.
5. Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan hij ingevolge art. 437, tweede lid, Sv niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen.
6. Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad de verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde cassatieberoep.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG

Voetnoten

1.Zie het bewezenverklaarde in de zaak met parketnummer 01-849739-12 onder 4c, 4d, 4f en 9b alsmede 01-845234-12.
2.Zie het bewezenverklaarde in de zaak met parketnummer 01-849739-12 onder 2a, 2b, 3, 4a, 4b, 4e, 5a, 5b, 9c, 11a, 11b, 11c, 12 en 14.
3.Zie het bewezenverklaarde in de zaak met parketnummer 01-849739-12 onder 1a, 1b, 6a, 6b en 10.
4.Het betreft de zaak van verdachte’s echtgenoot met wie hij samenwoont aan het [a-straat 1] te [plaats].