ECLI:NL:PHR:2017:1332
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Conclusie in rolincident over beschikbaarheid proces-verbaal pleitzitting hoger beroep
In deze verstekzaak, waarin de vraag centraal staat of een vennootschap onder firma door opzegging is geëindigd, ontstond discussie over het proces-verbaal van de pleitzitting van 7 juni 2016 bij het gerechtshof Amsterdam. De cassatiedagvaarding vermeldde dat het hof uitspraak had gedaan zonder dat het proces-verbaal vooraf beschikbaar was.
De verzoeker tot cassatie had op 9 december 2016 het proces-verbaal opgevraagd, maar het hof weigerde afgifte omdat partijen geen bijzonder belang hadden aangetoond. Na navraag bleek dit een beleid van het hof te zijn. In de cassatiedagvaarding werd tevens een passage genoemd die suggereerde dat er mogelijk wel een proces-verbaal was opgemaakt en op 14 oktober 2016 aan partijen was toegezonden.
De advocaat-generaal heeft ambtshalve inlichtingen ingewonnen bij de griffie van het hof. Op 24 november 2017 werd het proces-verbaal alsnog aan de griffie van de Hoge Raad toegezonden en telefonisch bevestigd dat dit ook aan de advocaten van partijen was gestuurd. De conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad de zaak naar de rol verwijst om eisers tot cassatie in de gelegenheid te stellen binnen een termijn op het proces-verbaal te reageren voordat ten gronde wordt geconcludeerd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwijst de zaak naar de rol om eisers tot cassatie de gelegenheid te geven te reageren op het proces-verbaal.