Conclusie
4.Het eerste middel
Door de verdediging gevoerde verweren.
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte is door het Gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeeld tot elf jaar gevangenisstraf wegens medeplegen van poging tot moord en opzetheling. In cassatie werd betoogd dat het hof onvoldoende gemotiveerd had waarom het DNA-materiaal op de fiets en huls aan de verdachte werd toegeschreven, en dat het hof onterecht gebruik maakte van de TMFI-rapportage.
De Hoge Raad overweegt dat het hof de verdediging adequaat heeft weersproken door de resultaten van het DNA-onderzoek in samenhang met ander bewijsmateriaal te plaatsen. De methodiek van het TMFI is niet onbetrouwbaar bevonden en de interpretatie van de deskundigen is aan de feitenrechter voorbehouden. Het tweede middel over overschrijding van de redelijke termijn wordt verworpen omdat het cassatieberoep geen behandeling rechtvaardigt.
Daarom verklaart de Hoge Raad het cassatieberoep niet-ontvankelijk, waarmee de eerdere veroordeling in stand blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard, waardoor de veroordeling van het hof in stand blijft.