ECLI:NL:PHR:2017:1055

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
29 september 2017
Publicatiedatum
13 oktober 2017
Zaaknummer
17/02977
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 112 lid 1 RvArt. 120 lid 1 RvArt. 30a lid 3 onder c Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verstekverlening ondanks niet-naleving termijn betekening exploot in digitale vorderingsprocedure

In deze zaak heeft eiser tot cassatie beroep ingesteld tegen arresten van het gerechtshof ’s Hertogenbosch. Het geschil betreft een verzoek tot verstekverlening tegen verweerder in een digitale vorderingsprocedure (KEI). Het exploot van betekening van het oproepingsbericht was niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van twee weken betekend, maar later, waardoor formele nietigheid op grond van art. 120 lid 1 Rv Pro aan de orde is.

De Procureur-Generaal stelt vast dat de nietigheid van het exploot niet tot een onredelijk gevolg mag leiden, vooral omdat verweerder geen nadeel heeft ondervonden. Verweerder heeft de vereiste stukken ontvangen en had meer dan vier weken de tijd om in het geding te verschijnen. Hierdoor acht de Procureur-Generaal verstekverlening gerechtvaardigd ondanks de formele tekortkoming.

De conclusie benadrukt het belang van een redelijke toepassing van procesrechtelijke regels, waarbij de praktische gevolgen voor partijen worden meegewogen. Het verzoek tot verstekverlening wordt ondersteund, waarmee de procedure voortgezet kan worden zonder dat de formele nietigheid tot niet-ontvankelijkheid leidt.

Uitkomst: Verstekverlening wordt toegestaan ondanks niet-naleving van de termijn voor betekening van het exploot.

Conclusie

Zaaknr: 17/02977
Mr. L. Timmerman
Zitting: 29 september 2017
Conclusie inzake:
[eiser]
tegen
[verweerder]

1.Voorgeschiedenis

1.1
Met een op 20 juni 2017 bij de Hoge Raad ingediende procesinleiding in cassatie heeft eiser tot cassatie in een vorderingszaak beroep in cassatie ingesteld tegen het tussenarrest van 24 mei 2016 en het eindarrest van 28 maart 2017 van het gerechtshof ’s Hertogenbosch.
1.2
Het oproepingsbericht is bij exploot van 28 juli aan de verweerder betekend. In het exploot heeft de deurwaarder de uiterste verschijningsdatum in de procesinleiding gewijzigd van 25 augustus 2017 in 1 september 2017.
1.3
Voor verweerder in cassatie heeft zich op of voor 1 september 2017 geen advocaat gesteld. Eiser tot cassatie heeft om verlening van verstek tegen verweerder verzocht. Tot op de dag van deze conclusie heeft zich voor verweerder geen advocaat gesteld.

2.Vraagstelling en antwoord

2.1
Het exploot van 28 juli 2017 had op grond van art. 112 lid 1 Rv Pro op of voor 4 juli 2017 betekend moeten zijn. Die fout is door eiser nu niet meer te herstellen. Op grond van art. 120 lid 1 Rv Pro is een dergelijk exploot nietig. Voor zover ik heb kunnen nagaan, heeft de verweerder geen nadeel ondervonden als gevolg van de door eiser gemaakte fout. De verweerder heeft de door de wet vereiste stukken ontvangen. Vervolgens heeft hij overeenkomstig art. 30a lid 3 onder c tenminste vier weken de tijd gehad om in het geding te verschijnen. Kan tegen de verweerder verstek worden verleend?
2.2
Ik ben van oordeel dat een redelijke toepassing van art. 120 lid 1 Rv Pro meebrengt dat de verstekverlening in het onderhavige geval mogelijk is. De in dit artikel opgenomen nietigheid heeft hier geen redelijke zin. Van belang is mijns inziens vooral dat de verweerder meer dan vier weken de tijd heeft gehad om in het geding te verschijnen.

3.Conclusie

Ik concludeer tot verstekverlening.
De Procureur-Generaal bij de
Hoge Raad der Nederlanden