ECLI:NL:PHR:2016:946
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vermindert straf voor mensensmokkel ondanks langdurige procedure
De verdachte werd door het gerechtshof Amsterdam veroordeeld tot 30 maanden gevangenisstraf wegens mensensmokkel, waarbij hij een groep van acht personen begeleidde op hun reis van Kabul via Dubai en Istanbul naar Schiphol. Hij trad op als leider, tolk en begeleider bij de grenscontrole, terwijl hij wist dat de toegang tot het Schengengebied wederrechtelijk was.
In cassatie werden twee middelen ingebracht. Het eerste middel betrof de bewijsvoering, waarbij werd betoogd dat de bewezenverklaring niet uit de bewijsmiddelen kon worden afgeleid en dat de verklaringen tegenstrijdig waren. De Hoge Raad verwierp dit middel, stellende dat het hof op basis van diverse bewijsmiddelen, waaronder verklaringen van leden van het reisgezelschap en opsporingsambtenaren, terecht had geoordeeld dat verdachte de groep begeleidde en wist van de wederrechtelijkheid.
Het tweede middel betrof de overschrijding van de redelijke termijn van de procedure. Hoewel de procedure ruim vier jaar duurde, oordeelde het hof dat de vertraging veroorzaakt werd door verzoeken van de verdediging om getuigen te horen, waardoor de vertraging voor rekening van verdachte kwam. De Hoge Raad achtte dit oordeel niet onbegrijpelijk, maar vond de overschrijding van de tweejaarstermijn met meer dan 2,5 jaar niet volledig verklaarbaar en achtte het middel deels gegrond.
De Hoge Raad stelde ambtshalve vast dat geen gronden voor vernietiging aanwezig waren, maar achtte een strafvermindering passend. De veroordeling bleef in stand, maar met een aangepaste strafmaat.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling voor mensensmokkel en vermindert de straf wegens overschrijding van de redelijke termijn.