ECLI:NL:PHR:2016:853
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Gebruik van ANPR-gegevens door Belastingdienst bij controle rittenregistratie auto van de zaak
Belanghebbende kreeg van zijn werkgever een auto ter beschikking gesteld en ontving een verklaring dat hij niet meer dan 500 km privé reed. De Inspecteur controleerde de rittenregistratie en gebruikte daarbij ANPR-gegevens die met camera’s van het KLPD waren verzameld. Het Hof oordeelde dat de privacy-inbreuk gering en gerechtvaardigd was en dat de Belastingdienst binnen haar wettelijke taak handelde.
De Procureur-Generaal stelde in zijn conclusie dat het systematisch verzamelen van ANPR-gegevens een inbreuk vormt op de privacy die alleen bij wet is toegestaan. Volgens hem ontbreekt een duidelijke wettelijke grondslag in de Algemene wet inzake Rijksbelastingen (AWR) voor deze zelfstandige gegevensvergaring door de Belastingdienst. Het Hof ging ten onrechte uit van een voldoende wettelijke basis en onderschatte de privacy-inbreuk.
De Hoge Raad concludeert dat de ANPR-gegevens niet mogen worden gebruikt bij het opleggen van naheffingsaanslagen omdat de inbreuk op het recht op privacy niet voldoet aan de vereisten van artikel 8 EVRM Pro. Het beroep in cassatie wordt gegrond verklaard en de zaak kan door de Hoge Raad zelf worden afgedaan.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep gegrond en verbiedt het gebruik van ANPR-gegevens door de Belastingdienst bij de naheffingsaanslagen.