ECLI:NL:PHR:2016:649
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens onvoldoende belang en gebrek aan cassatiemiddelen
De verdachte werd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld wegens opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet en smaadschrift, met een gevangenisstraf van twaalf maanden, waarvan vier voorwaardelijk.
Tegen dit arrest werd cassatieberoep ingesteld, waarbij tevens samenhang met een ontnemingszaak bestond. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad heeft geconcludeerd dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen.
De conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep op grond van artikel 80a van het Wetboek van Strafvordering, omdat de partij onvoldoende belang heeft of de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.
De advocaat van de verdachte heeft een schriftuur ingediend met drie klachten, waarvan twee betrekking op de strafzaak en één op de ontnemingszaak. De Hoge Raad volgt de conclusie van de Procureur-Generaal en verklaart het cassatieberoep niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende belang of gebrek aan cassatiemiddelen.