Conclusie
eerste middelbehelst de klacht dat uit de uiteenzetting van de feiten, zoals die is opgenomen in het aanhoudingsbevel “niet kan blijken dat bij de verzoekende partij het vermoeden bestaat” dat de opgeëiste persoon “aan de aldaar vermelde strafbare feiten heeft deelgenomen op een wijze die naar Nederlands recht strafbaar is”.
tweede middelbehelst de klacht dat de stukken ongenoegzaam zijn omdat zich daarbij geen origineel exemplaar of geautoriseerd afschrift bevindt van het aanhoudingsbevel.