ECLI:NL:PHR:2016:1467

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
20 december 2016
Publicatiedatum
7 februari 2017
Zaaknummer
15/03818
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 437 SvArt. 588 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring verdachte wegens ontbreken middelen cassatie

In deze zaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bij uitspraak van 12 augustus 2015 het door de betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op €146.239 en de betrokkene verplicht tot betaling van €70.000 aan de Staat.

De betrokkene stelde beroep in cassatie in, maar heeft geen schriftuur met middelen van cassatie ingediend binnen de wettelijke termijn, zoals vereist volgens art. 437, tweede lid, Sv. De aanzegging van het cassatieberoep werd rechtsgeldig betekend op 26 november 2015 aan de betrokkene op een adres te [plaats] en op 1 december 2015 aan haar raadsman.

Gezien het ontbreken van de schriftuur met middelen is de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep. De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad strekt tot niet-ontvankelijkverklaring. De zaak hangt samen met een andere strafzaak met nummer 15/03819.

Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het niet indienen van middelen binnen de wettelijke termijn.

Conclusie

Nr. 15/03818 P
Zitting: 20 december 2016 (bij vervroeging)
Mr. F.W. Bleichrodt
Conclusie inzake:
[betrokkene]
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, heeft bij uitspraak van 12 augustus 2015 het door de betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel geschat op een bedrag van € 146.239,-- en de betrokkene de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 70.000,--.
De onderhavige zaak hangt samen met de strafzaak tegen de betrokkene met nr. 15/03819, waarin ik vandaag eveneens zal concluderen.
Namens de verdachte is beroep in cassatie ingesteld. Er is geen schriftuur ingediend.
De aanzegging in cassatie is op 26 november 2015 in persoon uitgereikt aan de verdachte op het adres [a-straat 1] te [plaats]. [1] Bovendien is op 1 december 2015 mededeling van de betekening van de aanzegging gedaan aan de raadsman van de verdachte (mr. R.I. Takens, advocaat te Amsterdam). Aldus is de aanzegging overeenkomstig art. 588, eerste lid, onder b, Sv rechtsgeldig betekend.
5. Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv niet in acht genomen, zodat de verdachte niet in haar cassatieberoep kan worden ontvangen.
6. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG

Voetnoten

1.Uit een ID-staat SKDB d.d. 19 november 2015 blijkt dat dit adres op laatstgenoemde datum het BRP-adres van de verdachte was.