ECLI:NL:PHR:2016:1467
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring verdachte wegens ontbreken middelen cassatie
In deze zaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bij uitspraak van 12 augustus 2015 het door de betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op €146.239 en de betrokkene verplicht tot betaling van €70.000 aan de Staat.
De betrokkene stelde beroep in cassatie in, maar heeft geen schriftuur met middelen van cassatie ingediend binnen de wettelijke termijn, zoals vereist volgens art. 437, tweede lid, Sv. De aanzegging van het cassatieberoep werd rechtsgeldig betekend op 26 november 2015 aan de betrokkene op een adres te [plaats] en op 1 december 2015 aan haar raadsman.
Gezien het ontbreken van de schriftuur met middelen is de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep. De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad strekt tot niet-ontvankelijkverklaring. De zaak hangt samen met een andere strafzaak met nummer 15/03819.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het niet indienen van middelen binnen de wettelijke termijn.