ECLI:NL:PHR:2016:1289
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring betrokkene in cassatieberoep profijtontneming
Het gerechtshof Amsterdam had bij arrest vastgesteld dat betrokkene een wederrechtelijk verkregen voordeel van €105.638,05 had en hem verplicht tot betaling van dat bedrag aan de Staat. Betrokkene stelde beroep in cassatie in tegen dit arrest.
De aanzegging van het cassatieberoep werd op 2 februari 2016 betekend, waarna volgens de wettelijke voorschriften binnen twee maanden schriftuur houdende middelen door een raadsman ingediend hadden moeten worden. Dit is niet gebeurd.
Daarom verklaart de Hoge Raad betrokkene niet-ontvankelijk in het cassatieberoep. De conclusie van de Procureur-Generaal strekt tot deze niet-ontvankelijkverklaring.
Uitkomst: Betrokkene is niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van schriftuur houdende middelen.