ECLI:NL:PHR:2016:1289

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
8 november 2016
Publicatiedatum
20 december 2016
Zaaknummer
15/02283
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 511h SvArt. 435 SvArt. 437 Sv
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring betrokkene in cassatieberoep profijtontneming

Het gerechtshof Amsterdam had bij arrest vastgesteld dat betrokkene een wederrechtelijk verkregen voordeel van €105.638,05 had en hem verplicht tot betaling van dat bedrag aan de Staat. Betrokkene stelde beroep in cassatie in tegen dit arrest.

De aanzegging van het cassatieberoep werd op 2 februari 2016 betekend, waarna volgens de wettelijke voorschriften binnen twee maanden schriftuur houdende middelen door een raadsman ingediend hadden moeten worden. Dit is niet gebeurd.

Daarom verklaart de Hoge Raad betrokkene niet-ontvankelijk in het cassatieberoep. De conclusie van de Procureur-Generaal strekt tot deze niet-ontvankelijkverklaring.

Uitkomst: Betrokkene is niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van schriftuur houdende middelen.

Conclusie

Nr. 15/02283 P
Zitting: 8 november 2016
(bij vervroeging)
Mr. E.J. Hofstee
Conclusie inzake:
[betrokkene]
Het gerechtshof Amsterdam heeft bij arrest van 8 mei 2015 het wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op € 105.638,05 en aan de betrokkene de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van dat bedrag.
Er bestaat samenhang met de zaak met rolnummer 15/02282. Ook in die zaak zal ik vandaag concluderen.
Namens de betrokkene heeft de waarnemend griffier bij het gerechtshof Amsterdam op 20 mei 2015 beroep in cassatie ingesteld. De aanzegging ingevolge art. 511h Sv in verbinding met art. 435, eerste lid, Sv is op 2 februari 2016 betekend. Art. 511h Sv in verbinding met art. 437, tweede lid, Sv schrijft voor dat op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen twee maanden na betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv door een raadsman een schriftuur houdende middelen wordt ingediend. Binnen de termijn als bedoeld in art. 437, tweede lid, Sv is geen schriftuur houdende middelen bij de Hoge Raad binnengekomen, zodat de betrokkene niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het ingestelde cassatieberoep.
Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de betrokkene in het beroep in cassatie.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG