ECLI:NL:PHR:2016:1271

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
8 november 2016
Publicatiedatum
19 december 2016
Zaaknummer
15/04866
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk in mishandelingszaak met bewijswaardering getuigenverklaring

In deze zaak is de verdachte door het gerechtshof Amsterdam veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee maanden wegens mishandeling, waarbij hij de aangeefster in de hals zou hebben geknepen. De verdachte stelde in cassatie dat het bewijs mede gebaseerd was op een gedenatureerde getuigenverklaring, omdat het hof slechts een selectief gedeelte van die verklaring gebruikte.

De Hoge Raad oordeelde dat het hof als feitenrechter vrij stond om de verklaring te selecteren en waarderen, waarbij het niet geloofwaardige delen buiten beschouwing mocht laten. De passages die het hof niet gebruikte, betroffen juist ontlastende elementen. Hierdoor was geen sprake van denaturering van de verklaring.

Daarnaast ondersteunden andere bewijsmiddelen, zoals de bekentenis van de verdachte en een medische verklaring over een bloeduitstorting in de hals van de aangeefster, het oordeel van het hof. De bewezenverklaring was daarmee naar de eis der wet met redenen omkleed. Het cassatieberoep werd niet-ontvankelijk verklaard.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het hofarrest bevestigd.

Conclusie

Nr. 15/04866
Zitting: 8 november 2016
Mr. A.E. Harteveld
Conclusie inzake:
[verdachte] [1]
Het gerechtshof Amsterdam heeft bij arrest van 1 september 2015 het promisvonnis van de rechtbank Noord-Holland van 28 april 2014 bevestigd, met aanvulling van een beslissing op een in hoger beroep gevoerd verweer. Bij dat vonnis was de verdachte wegens “mishandeling” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee maanden, met aftrek van voorarrest, met beslissingen omtrent de vordering van de benadeelde partij, een en ander zoals in het vonnis vermeld.
Namens de verdachte is beroep in cassatie ingesteld. Mr. B.R. Koenders, advocaat te Amsterdam, heeft bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld.
Het
middel
3.1. Het middel klaagt dat het bewijs voor het knijpen in de hals van aangeefster [betrokkene] mede is gebaseerd op de gedenatureerde verklaring van de getuige [getuige]. Het hof heeft immers voor het bewijs slechts een selectief gedeelte uit die getuigenverklaring gebezigd, zodat de bewezenverklaring niet naar de eis der wet met redenen is omkleed.
3.2. Het middel miskent dat het het hof vrij stond, gelet op de aan hem als feitenrechter voorbehouden selectie en waardering van het bewijsmateriaal, om een gedeelte van de verklaring van de getuige [getuige], voor zover dat naar zijn oordeel geloofwaardig en relevant is, voor het bewijs te gebruiken en andere delen van die verklaring buiten beschouwing te laten. Kennelijk heeft het hof de verklaring van [getuige] niet geloofwaardig geacht, voor zover inhoudende dat ook de mogelijkheid bestond dat verdachtes linkerhand zich in de buurt van de bovenkant van de borst van de aangeefster bevond en dat de getuige heeft gezien dat de verdachte niet de keel van de aangeefster heeft dichtgeknepen. Het hof heeft om die reden die passages uit de verklaring van [getuige] niet voor het bewijs gebruikt. Het gedeelte van de verklaring van de getuige [getuige] dat als bewijsmiddel is opgenomen, onder meer inhoudende dat de linkerhand van de verdachte in de buurt van de keel van de aangeefster is geweest, heeft door weglating van de door de steller van het middel genoemde passages mijns inziens geen andere betekenis gekregen dan zij in het verband van de gehele verklaring had. Van denaturering van de verklaring van de getuige [getuige] door het Hof is dan ook geen sprake.
3.3. Bovendien vindt de lezing van de aangeefster [betrokkene] voor zover inhoudende dat de verdachte in haar keel heeft geknepen niet alleen steun in de getuigenverklaring van [getuige], zoals de steller van het middel doet voorkomen, maar ook in de overige gebruikte bewijsmiddelen. Zo heeft de verdachte op 5 mei 2012, toen de verbalisanten naar aanleiding van een melding bij de woning van de aangeefster arriveerden, gezegd dat hij fout was geweest en dat hij had geprobeerd zijn ex te wurgen. In de geneeskundige verklaring van 7 mei 2012 opgemaakt door de arts Riepma is te lezen dat een bloeduitstorting in de hals van aangeefster is waargenomen. [2] Uit ‘s hofs bevestigde bewijsvoering kan dus worden afgeleid dat de verdachte (onder meer) de aangeefster de keel heeft dichtgeknepen. Het voorgaande brengt mee dat de bewezenverklaring naar de eis der wet met redenen is omkleed.
Het middel is evident tevergeefs voorgesteld.
4. Het middel rechtvaardigt derhalve geen behandeling in cassatie.
5. Deze conclusie strekt ertoe dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk wordt verklaard.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG

Voetnoten

1.In de samenhangende zaak met griffienummer 15/04378 tegen de verdachte concludeer ik vandaag eveneens.
2.Zie pag. 2 arrest van het hof. Het hof heeft het beroep op bewijsuitsluiting verworpen en geoordeeld dat de verklaring van de verdachte afgelegd ten overstaan van de politie op 5 mei 2012 zal worden gebezigd voor het bewijs. Vervolgens somt het hof de bewijsmiddelen op die toereikend zijn voor het oordeel dat de verdachte [betrokkene] in haar hals heeft geknepen.