Conclusie
middel
Parket bij de Hoge Raad
In deze zaak is de verdachte door het gerechtshof Amsterdam veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee maanden wegens mishandeling, waarbij hij de aangeefster in de hals zou hebben geknepen. De verdachte stelde in cassatie dat het bewijs mede gebaseerd was op een gedenatureerde getuigenverklaring, omdat het hof slechts een selectief gedeelte van die verklaring gebruikte.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof als feitenrechter vrij stond om de verklaring te selecteren en waarderen, waarbij het niet geloofwaardige delen buiten beschouwing mocht laten. De passages die het hof niet gebruikte, betroffen juist ontlastende elementen. Hierdoor was geen sprake van denaturering van de verklaring.
Daarnaast ondersteunden andere bewijsmiddelen, zoals de bekentenis van de verdachte en een medische verklaring over een bloeduitstorting in de hals van de aangeefster, het oordeel van het hof. De bewezenverklaring was daarmee naar de eis der wet met redenen omkleed. Het cassatieberoep werd niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het hofarrest bevestigd.