Conclusie
Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
1.Overzicht
2.De feiten en het geding in feitelijke instanties
De feiten
management buy outheeft de belanghebbende het pand op 5 juli 2013 voor gekocht van [B] Holding voor € 1.200.000. De desbetreffende notariële akte bepaalt onder meer:
Omschrijving registergoed
3.Het geding in cassatie
gehelezaak als woning moet worden aangemerkt.
4.Beoordeling van het middel
tie break(de publiekrechtelijke bestemming) geen uitsluitsel geeft, bijvoorbeeld als gevolg van publiekrechtelijke dubbelbestemming.
eigenlijkepubliekrechtelijke bestemming steeds ‘wonen’ is gebleven, nu het gebiedstype ‘balansgebied’ juridisch niet de mogelijkheid bood tot kantoorbestemming, reden waarom juist een tijdelijke ontheffing van de eigenlijke permanente woonbestemming nodig was.
ingrijpend(volgens mij ‘radicaal’, althans moeilijk omkeerbaar, althans met objectieve functiewijziging) tot woning verbouwd moeten worden voordat zij geacht kunnen worden naar hun (bouwkundige) aard objectief voor bewoning bestemd te zijn en dus een objectieve functiewijziging te hebben ondergaan. Zij moeten naar hun (bouwkundige) ‘aard’ objectief (dus niet slechts naar de subjectieve bedoeling van de verbouwer/bewoner) een andere bestemming hebben gekregen. In casu gaat het om een dergelijke grootschalige bouwkundige ingreep (die voor de omzetbelasting dan ook tot de constatering van de vervaardiging van een nieuwe zaak leidde), waarbij hoogstens de vraag kan rijzen of het resultaat een woning of een hybride is. Dat is bepaald een ander geval dan waarvoor de Staatssecretaris vreest (‘beperkte aanpassingen’).