ECLI:NL:PHR:2016:1153
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep in zaak profijtontneming wegens samenhang met andere strafzaak
In deze zaak heeft het gerechtshof Den Haag aan betrokkene opgelegd een bedrag van €70.910,66 aan de Staat te betalen als ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Betrokkene heeft cassatieberoep ingesteld met een middel dat feitelijk gericht is tegen een beslissing in een samenhangende strafzaak. De Hoge Raad stelt dat alleen middelen die voldoen aan wettelijke eisen voor cassatieonderzoek in aanmerking komen.
Het middel van betrokkene voldoet niet aan deze vereisten omdat het een klacht betreft tegen een andere strafzaak die onder een ander nummer bij de Hoge Raad in behandeling is. Bovendien heeft betrokkene niet binnen de wettelijke termijn een juiste schriftuur ingediend. Hierdoor wordt betrokkene niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep.
De Procureur-Generaal heeft geen gronden gevonden die aanleiding geven tot vernietiging van het bestreden arrest. De beslissing bevestigt de strikte toepassing van de cassatieregels en het belang van tijdige en juiste indiening van cassatiemiddelen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van betrokkene wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een wettig cassatiemiddel en niet-tijdige indiening.