Conclusie
1.Voorgeschiedenis
“Ook ter zitting heeft de curator[
–verzoekster
–]
geen acceptabele verklaring kunnen geven voor diverse contante opnames van hoge bedragen in de orde van grootte van € 1.000,-, € 900,-, € 800,-, € 600,- etc.”.
“De kantonrechter heeft blijkens de overwegingen[verzoekster]
ter zitting geconfronteerd met een aantal opnames van bedragen waarvoor door[verzoekster]
niet direct een acceptabele verklaring kon worden gegeven. Onduidelijk is op welke periode deze opnames betrekking zouden hebben en onzorgvuldig is het dat de kantonrechter[verzoekster],
die verscheen zonder rechtsbijstand door een advocaat, niet in de gelegenheid heeft gesteld zich hierop voor te bereiden.”
“Tenslotte is door[verzoekster]
nog steeds geen afdoende verklaring gegeven voor de door de kantonrechter gesignaleerde hoge contante opnames door[verzoekster]
van de rekening van[de zoon].
”Daarop laat het hof in de vierde alinea volgen:
“Gelet op de hierboven genoemde omstandigheden, die door[verzoekster]
niet, althans onvoldoende gemotiveerd zijn betwist, is het hof van oordeel dat sprake is van gewichtige redenen om[verzoekster]
als curator over[de zoon]
te ontslaan.”
2.Bespreking klacht in cassatie
“Door (…) ook deze omstandigheid aan zijn oordeel ten grondslag te leggen, is het Hof geheel en al en ongemotiveerd voorbijgegaan aan het door[verzoekster]
gestelde in haar appelschriftuur onder randnummer 3, waarin zij de overweging in het vonnis van de kantonrechter, dat deze[verzoekster]
ter zitting heeft geconfronteerd met een aantal opnames van bedragen waarvoor niet direct een acceptabele verklaring kon worden gegeven, aanvecht met de verontschuldiging daarvan op de grond dat het onduidelijk was op welke perioden deze opname betrekking zouden hebben, zodat[verzoekster]
het onzorgvuldig achtte dat de kantonrechter[verzoekster]
niet in de gelegenheid heeft gesteld zich hierop voor te bereiden.”