ECLI:NL:PHR:2015:815
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vertegenwoordigingsbevoegdheid bestuurder Fort Oranje in betalingsgeschil met Keytech
Fort Oranje exploiteert een recreatiepark en kreeg te maken met een bestuursdwangbesluit vanwege brandveiligheidsvoorschriften. Keytech leverde brandwachten op basis van een mondelinge overeenkomst, maar Fort Oranje betaalde de facturen niet. Keytech vorderde betaling bij de rechtbank, die de vordering grotendeels toewijst. Fort Oranje stelde onder meer dat [betrokkene 1], bestuurder van Fort Oranje, niet bevoegd was de vennootschap te binden.
Het hof bevestigde het oordeel van de rechtbank en stelde vast dat [betrokkene 1] wel bevoegd was Fort Oranje te vertegenwoordigen. Fort Oranje stelde cassatieberoep in tegen dit arrest. De Hoge Raad beoordeelt of het hof terecht heeft geoordeeld over de vertegenwoordigingsbevoegdheid van [betrokkene 1].
De Hoge Raad concludeert dat het hof niet heeft geoordeeld dat [betrokkene 1] geen bestuurder was, maar juist wel. De klachten van Fort Oranje dat het hof onjuist heeft geoordeeld over de vertegenwoordigingsbevoegdheid worden ongegrond verklaard. Ook het beroep op art. 2:240 BW Pro faalt. Het cassatieberoep wordt verworpen met toepassing van art. 81 lid 1 RO Pro.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Fort Oranje wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bevestigd.