Conclusie
1.Feiten
2.Procesverloop
sine qua non-verband, tussen het gestelde tekortschieten van [verweerder 1] en de door NSV geleden schade op NSV als eisende partij rust. Nu [verweerders] het causaal verband gemotiveerd betwisten met de stelling dat de onroerende zaken bij executie in april 2008 niets hadden opgeleverd, betekent dit dat NSV dient te bewijzen dat de onroerende zaken bij executie wel iets hadden opgeleverd. Het hof zal de grief tegen deze achtergrond beoordelen.
3.Behandeling van het middel
onderdeel 4geeft ‘s Hof oordeel voorts blijk van een onjuiste rechtsopvatting, althans is zijn oordeel zonder nadere toelichting, die ontbreekt, onbegrijpelijk waar het in rov. 2.3 - 2.8 - kort samengevat - overweegt dat uit de omstandigheid dat op 19 mei 2008 de door het Hof genoemde onroerende zaken zijn overgedragen aan de dochtervennootschap de Admiraliteit Holding B.V., “welke vennootschap vervolgens een deel van de onroerende zaken op haar beurt heeft verkocht aan De Timpaan B.V. voor een koopsom van € 600.000 belast zouden zijn geweest met drie hypothecaire inschrijvingen niet valt af te leiden dat “er sprake was van overwaarde zodat executie in april 2008 iets had opgeleverd””. Het Hof zou nalaten aan te geven waarom deze eventuele hypothecaire belasting aan beslaglegging in de weg moest staan en voorts om (kenbaar) bij zijn oordeelsvorming de door [verweerders] bij conclusie van antwoord in eerste instantie d.d. 20 juli 2010 overgelegde producties 14 en 16 te betrekken, omdat uit productie 14 blijkt dat [A] de enig beherende vennoot was van Kooimeerplein Alkmaar 5 C.V., destijds de eigenaar van de parkeerplaats en de daaronder liggende parkeergarage, terwijl uit productie 16 blijkt dat op 19 mei 2008 [A] Beleggingsmaatschappij N.V., een dochtervennootschap van [A] de betreffende onroerende zaken onbezwaard heeft overgedragen aan De Admiraliteit Holding B.V. op grond van welke omstandigheden vooralsnog bewezen, althans aannemelijk moet worden geacht dat die overgedragen zaken een marktwaarde hadden van € 600.000. In het licht hiervan is rechtens onjuist althans onbegrijpelijk dat het Hof [verweerders] niet met het bewijs heeft belast dat de aan De Admiraliteit Holding B.V. onbezwaard overgedragen onroerende zaken geen waarde hadden.
allepercelen die werden verkocht of waarop een opstalrecht werd gevestigd, zodat niet duidelijk is welk aandeel de zaken van De Admiraliteit (een dochter van [A]) in de totaalprijs hebben gehad.