ECLI:NL:PHR:2015:69
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Herziening wegens persoonsverwisseling bij veroordeling voor overtreding wapens en munitie
De aanvrager werd bij vonnis van de Politierechter te Amsterdam op 17 maart 2006 veroordeeld wegens handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie. Deze veroordeling betrof feiten gepleegd op 4 mei 2005. De veroordeling werd onherroepelijk.
Later diende de aanvrager een aanvraag tot herziening in op grond van een ernstige verdenking van persoonsverwisseling. Uit een proces-verbaal van de politie, opgesteld na een aangifte van de aanvrager in 2014, bleek dat hij niet de persoon was die destijds door de politie als verdachte was aangehouden en vervolgd. Dit was vastgesteld aan de hand van dactyloscopische gegevens, foto’s en een rijbewijs.
De Hoge Raad oordeelde dat de aanwijzingen voor persoonsverwisseling overvloedig aanwezig waren en verklaarde de aanvraag tot herziening gegrond. De zaak werd verwezen naar het Gerechtshof Amsterdam voor een nieuwe berechting conform artikel 472, tweede lid, Sv.
De procedure illustreert het belang van correcte persoonsidentificatie in strafzaken en de mogelijkheid tot herziening bij nieuwe feiten die de onschuld kunnen aantonen.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de aanvraag tot herziening gegrond wegens persoonsverwisseling en verwijst de zaak naar het gerechtshof voor hernieuwde berechting.