ECLI:NL:PHR:2015:637

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
7 april 2015
Publicatiedatum
21 mei 2015
Zaaknummer
13/01258
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens onvoldoende motivering strafoplegging

Het cassatieberoep betreft een uitspraak van het Gerechtshof ’s-Gravenhage van 27 december 2012. Verzoeker heeft tijdig een middel van cassatie ingediend dat klaagt over de onbegrijpelijkheid van de strafoplegging vanwege het ontbreken van nadere motivering.

De conclusie van de Advocaat-Generaal bij de Hoge Raad is dat het middel niet tot cassatie kan leiden. Het oordeel van het Hof dat de door de verdediging bepleite straf onvoldoende recht doet aan de ernst van het bewezen verklaarde is niet onbegrijpelijk en voldoende gemotiveerd.

Op grond hiervan wordt voorgesteld het cassatieberoep niet-ontvankelijk te verklaren op basis van artikel 80a van het Wetboek van Strafvordering. Deze zaak is verbonden met andere zaken met vergelijkbare conclusies.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens voldoende motivering van de strafoplegging.

Conclusie

Nr. 13/01258
Zitting: 7 april 2015
Mr. Hofstee
Conclusie inzake:
[verdachte] [1]
1. Het cassatieberoep richt zich tegen een uitspraak van het Gerechtshof ’s-Gravenhage, nevenzittingsplaats ’s-Hertogenbosch, van 27 december 2012. Namens verzoeker is tijdig een schriftuur houdende een middel van cassatie ingezonden.
2. Het middel, dat klaagt dat de strafoplegging zonder nadere motivering onbegrijpelijk is, kan klaarblijkelijk niet tot cassatie leiden. Ook in het licht van hetgeen door de verdediging is aangevoerd, is ’s Hofs oordeel dat “niet [kan] worden volstaan met een straf als bepleit door de verdediging, omdat daarin de ernst van het bewezen verklaarde onvoldoende tot uitdrukking komt” geenszins onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd.
3. Op grond van het voorgaande stel ik mij op het standpunt dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk kan worden verklaard.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG

Voetnoten

1.Deze zaak hangt samen met de zaken met griffienummers 13/01265, 13/01835 en 14/01336 waarin ik vandaag eveneens zal concluderen.