Betrokkenheid van verdachte bij de gijzeling
Het hof overweegt met betrekking tot de rol van verdachte bij de gijzeling het volgende:
- Vast staat dat de stacaravan waarin het slachtoffer gegijzeld is gehouden in de periode van 24 november 2011 tot 1 december 2011 aan verdachte toebehoort. Tot ongeveer twee maanden voor 24 november 2011 was die stacaravan bij een bekende van verdachte, [betrokkene 8], in gebruik. Daarna stond de caravan dus leeg tot 24 november 2011. De caravan staat op relatief geringe afstand van de woning van verdachte. Vanuit het voorraam van zijn woning moet hij in elk geval deels zicht hebben gehad op de caravan. Vast staat verder dat verdachte in die bewuste periode werkloos was. Ook staat vast dat meerdere personen dagelijks naar die stacaravan zijn toegegaan om het slachtoffer te bewaken en te verzorgen. Daarbij moeten zij vlak langs de woning van verdachte zijn gelopen of gereden. Het hof oordeelt het volstrekt ongeloofwaardig en onaannemelijk dat verdachte in het geheel niet in de gaten zou hebben gehad dat onbekende derden zomaar, zonder zijn instemming, gedurende een week gebruik hebben gemaakt van die caravan.
- Het hof acht het in dit verband ook volstrekt onaannemelijk dat de gijzelnemers het risico zouden hebben willen nemen om hun gijzelaar onder te brengen in de bewuste caravan, zonder dat de op korte afstand van die caravan wonende eigenaar daarvan op de hoogte was of daarmee instemde. Het risico van ongewilde ontmoetingen, bijvoorbeeld als verdachte/die eigenaar even in de caravan had moeten zijn, zou gelet op de betrokken belangen onverantwoord en ondenkbaar groot zijn geweest. Ook deze omstandigheid duidt er naar het oordeel van het hof op dat verdachte wist wat er in die caravan gebeurde.
- Kort na de ontvoering is, zoals hiervoor is overwogen, door [betrokkene 6] met het toestel van medeverdachte [betrokkene 5] gebeld naar het toestel van verdachte. Verdachte sluit niet uit dat [betrokkene 6] hem gebeld heeft, maar kan niet meer precies zeggen of dit het geval is geweest en wat er gezegd zou zijn. Verdachte heeft evenwel niet aangegeven dat hij zijn telefoon die avond aan iemand anders had uitgeleend, zodat aangenomen moet worden dat het bewuste telefoongesprek met hem heeft plaats gevonden. Aangenomen kan worden, gelet op diens verklaring, dat het medeverdachte [betrokkene 6] (een goede kennis van verdachte) is die gebeld heeft naar verdachte. Verdachte noch [betrokkene 6] hebben een aannemelijke verklaring gegeven voor dat telefonische contact noch duidelijk verklaard over de inhoud van het gesprek. [betrokkene 6] is, zo blijkt uit de stukken, in elk geval actief geweest bij de verzorging van het slachtoffer. [betrokkene 6] kwam die week ook dagelijks op bezoek bij verdachte, nadat hij medeverdachte [betrokkene 4] naar de caravan had gebracht of voordat hij medeverdachte [betrokkene 4] daar kwam ophalen. Hij bleef daar dan langere tijd. Verder is gebleken dat relatief kort na het telefoongesprek op 24 november 2011 om 21.42 uur van [betrokkene 6] naar verdachte de Volkswagen Crafter met daarin het slachtoffer nabij de woning van verdachte en nabij de stacaravan is gearriveerd. Gelet op deze hele gang van zaken neemt het hof aan dat verdachte in het bewuste gesprek is gewaarschuwd dat de VW Crafter eraan kwam. Die VW Crafter heeft vervolgens gedurende een uur op de inrit van de woning van verdachte of in elk geval zeer in de nabijheid van verdachtes woning en van die stacaravan gestaan, waarbij het niet aannemelijk is dat verdachte, mede gelet op voormeld telefoongesprek, de aanwezigheid van dat voertuig niet zou hebben opgemerkt.
Uit het voorgaande, in onderling verband en samenhang beschouwd, leidt het hof de wetenschap af bij verdachte van hetgeen zich in die stacaravan ging afspelen en daarna heeft afgespeeld.
- Op 30 november 2011 vindt er om 23.15 uur een telefoongesprek plaats tussen verdachte en [betrokkene 6]. Daarbij zegt verdachte tegen [betrokkene 6]: "Je moet komen". Rond 23.35 uur die avond zien verbalisanten dat medeverdachte [betrokkene 4] bij zijn auto in Hilversum werd afgezet door een zwarte Seat Leon met kenteken [GG-00-HH]. Uit de stukken blijkt dat [betrokkene 6] in deze auto reed. Gelet op het patroon met betrekking tot het halen en brengen door [betrokkene 6] van [betrokkene 4] naar/in de buurt van de locatie waar het slachtoffer werd vastgehouden, acht het hof het aannemelijk dat het telefoontje van verdachte naar [betrokkene 6] om 23.15 uur een signaal inhield aan [betrokkene 6] dat hij [betrokkene 4], die kennelijk klaar was voor die avond met het bewaken van het slachtoffer, moest komen ophalen. Ook dit duidt op wetenschap bij verdachte van hetgeen [betrokkene 4] in verdachtes caravan aan het doen was. De lezing van verdachte dat het telefoontje verband hield met een onenigheid tussen de vriendin van verdachte en een vriendin van [betrokkene 6] oordeelt het hof onaannemelijk en ongeloofwaardig, al was het alleen maar vanwege het tijdstip van dat telefoontje en het gegeven dat uit niets blijkt dat die kwestie nu zo heikel was, dat [betrokkene 6] er zo laat voor naar verdachte moest komen in plaats van het telefonisch af te handelen.