ECLI:NL:PHR:2015:385
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens niet tijdig indienen middelen
In deze zaak betreft het een cassatieprocedure tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Verdachte werd vrijgesproken van de primaire tenlastelegging en veroordeeld tot een geldboete wegens overtreding van de Landsverordening melding ongebruikelijke transacties. Zowel het Openbaar Ministerie als verdachte hebben cassatieberoep ingesteld.
Het Openbaar Ministerie heeft het beroep in cassatie ingesteld op 6 december 2012, met een aanzegging op 5 juli 2013. Volgens artikel 437, eerste lid, Sv moet binnen een maand na deze aanzegging een schriftuur houdende middelen worden ingediend. Dit is niet gebeurd, waardoor het OM niet-ontvankelijk wordt verklaard.
Verdachte heeft op 11 december 2012 cassatieberoep ingesteld, met aanzegging op 16 november 2013. Artikel 437, tweede lid, Sv vereist binnen twee maanden na deze aanzegging een schriftuur houdende middelen. Ook dit is niet gebeurd, waardoor verdachte eveneens niet-ontvankelijk wordt verklaard.
De conclusie van de advocaat-generaal bij de Hoge Raad is derhalve dat zowel het Openbaar Ministerie als verdachte niet-ontvankelijk moeten worden verklaard in hun cassatieberoepen wegens het niet tijdig indienen van de vereiste schrifturen met middelen van cassatie.
Uitkomst: Zowel het Openbaar Ministerie als verdachte worden niet-ontvankelijk verklaard in hun cassatieberoepen wegens het niet tijdig indienen van schrifturen met middelen van cassatie.