ECLI:NL:PHR:2015:2680

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
8 december 2015
Publicatiedatum
16 februari 2016
Zaaknummer
15/01878
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 94 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging beschikking beslag op paspoort en telefoons wegens onvoldoende motivering

De Rechtbank Overijssel verklaarde het klaagschrift van klager tegen het beslag op zijn paspoort en twee iPhones ongegrond. Klager stelde dat het beslag opgeheven moest worden omdat de voorwerpen niet meer van belang waren voor de waarheidsvinding. De officier van justitie voerde aan dat met het paspoort strafbare feiten waren gepleegd en dat de iPhone 6 door een misdrijf was verkregen, zodat het beslag gerechtvaardigd was.

De rechtbank oordeelde dat het niet hoogst onwaarschijnlijk was dat de strafrechter later de verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer van het paspoort en de telefoons zou bevelen, waardoor het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vorderde. De Hoge Raad vond dit oordeel begrijpelijk voor het paspoort en de iPhone 6, maar onvoldoende gemotiveerd voor de iPhone 4, omdat de officier van justitie hierover niets had aangevoerd.

De Hoge Raad vernietigde daarom de beschikking voor zover deze betrekking had op de iPhone 4 en liet de rest van de beschikking in stand. Er waren geen ambtshalve gronden voor verdere vernietiging. De zaak werd verwezen voor verdere behandeling zoals de Hoge Raad passend acht.

Deze uitspraak benadrukt het belang van een deugdelijke motivering bij beslissingen over beslaglegging, vooral wanneer verschillende voorwerpen verschillend worden beoordeeld op hun strafvorderlijk belang.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking voor het beslag op de iPhone 4 wegens onvoldoende motivering en bevestigt het beslag op het paspoort en de iPhone 6.

Conclusie

Nr. 15/01878 B
Mr. Harteveld
Zitting 8 december 2015
Conclusie inzake:
[klager]
1. De Rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo, heeft bij beschikking van 27 maart 2015 het door klager ingediende klaagschrift ongegrond verklaard.
2. Namens klager heeft mr. J.J. Weldam, advocaat te Utrecht, bij schriftuur twee middelen van cassatie voorgesteld.
3.1. Het
eerste middelbehelst de klacht dat het oordeel van de Rechtbank dat het belang van strafvordering het voortduren van het beslag van het paspoort vordert, ontoereikend is gemotiveerd. Het
tweede middelbevat dezelfde klacht, maar dan met betrekking tot de inbeslaggenomen telefoons. De middelen lenen zich voor gezamenlijke bespreking.
3.2. Het proces-verbaal van de zitting op 27 maart 2015 houdt het volgende in:
“De raadsman verklaart, zakelijk weergegeven, als volgt:
(...)
Met betrekking tot het klaagschrift gericht tegen de onder klager inbeslaggenomen goederen, te weten een paspoort en twee Iphones, wens ik aanvullend op te merken dat deze goederen niet (meer) van belang zijn voor de waarheidsvinding en dat voortduring van het beslag op deze goederen geen strafvorderlijk belang dient, zodat deze aan cliënt dienen te worden teruggegeven.
(...)
De officier van justitie verklaart, zakelijk weergegeven, als volgt.
(...)
Met betrekking tot het klaagschrift over het beslag merk ik op, dat met het paspoort strafbare feiten zijn gepleegd en verdachte dit paspoort, bij een voortzetting van de voorlopige hechtenis, voorlopig niet nodig heeft. Ik verzet mij dus tegen teruggave van het paspoort. Datzelfde geldt voor de twee telefoons, met name voor de Iphone 6, die door middel van een misdrijf is verkregen en te zijner tijd aan de rechtmatige eigenaar dient te worden teruggegeven.”
3.3. De bestreden beschikking houdt het volgende in:
“Op grond van de stukken en de behandeling op de zitting stelt de rechtbank het volgende vast.
Maatstaf
Het beklag richt zich tegen een beslag dat is gelegd op grond van artikel 94 Sv Pro. De rechtbank dient daarom a) te beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert, en zo neen, b) de teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp aan de beslagene te gelasten, tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende ten aanzien van die voorwerpen moet worden beschouwd. In dat laatste geval moet het beklag ongegrond worden verklaard.
Feiten en omstandigheden
Op 30 december 2014 is op grond van artikel 94 Sv Pro beslag gelegd op het Nederlands paspoort en op 21 oktober 2014 op de Iphone 4 en de Iphone 6.
Overwegingen
Klager, onder wie de voorwerpen in beslag genomen zijn, stelt dat de inbeslagneming dient te worden opgeheven en dat de inbeslaggenomen voorwerpen aan hem moeten worden teruggegeven.
De rechtbank overweegt daarover dat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer van de voorwerpen zal bevelen en dat aldus het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert.
Conclusie
De rechtbank is op grond van het voorgaande van oordeel dat het klaagschrift ongegrond moet worden verklaard.”
3.4. De Rechtbank is van oordeel dat het niet onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer van het paspoort en de telefoons zal bevelen en dat derhalve het belang van strafvordering voortduring van het beslag vordert. Het betreft in casu een beslag op grond van art. 94 Sv Pro; de Rechtbank heeft aldus de juiste maatstaf gehanteerd. De Rechtbank heeft haar beslissing echter in het geheel niet nader gemotiveerd. De middelen klagen daarover terecht. Tot cassatie behoeft dit niet te leiden indien het gebrek aan motivering aan de begrijpelijkheid van de beslissing niet afdoet.
3.5. Uit het klaagschrift volgt dat aan klager onder 19 ten laste is gelegd het opzettelijk gebruik maken van een vals of vervalst paspoort en dat dit feit betrekking heeft op het onder klager inbeslaggenomen paspoort. De officier van justitie heeft ter zitting aangevoerd dat met het paspoort strafbare feiten zijn gepleegd. Dit is door de raadsman van klager ter zitting niet weersproken. In het licht van het voorgaande, is het oordeel van de Rechtbank dat het niet onwaarschijnlijk is dat de rechter, later oordelend, de verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer van het paspoort zal bevelen, niet onbegrijpelijk. Het
eerste middelfaalt derhalve.
3.6. Met betrekking tot de inbeslaggenomen telefoons ligt dit echter anders. De officier van justitie heeft ter zitting aangevoerd dat hij zich verzet tegen teruggave van de telefoons en dat dit met name geldt voor de iPhone 6, omdat die door middel van een misdrijf verkregen is en deze te zijner tijd aan de rechtmatige eigenaar dient te worden teruggegeven. In het klaagschrift wordt aangevoerd dat klager maandelijks abonnementskosten betaalt voor de telefoons, maar ter zitting heeft de raadsman niet weersproken dat de IPhone 6 door misdrijf is verkregen. Met betrekking tot de iPhone 4 heeft de officier van justitie niets aangevoerd. Gelet op het voorgaande, is het oordeel van de Rechtbank dat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer van de telefoons zal bevelen, niet begrijpelijk. Het
tweede middelslaagt derhalve.
4. Het eerste middel faalt. Het tweede middel slaagt.
5. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden beschikking behoren te leiden.
6. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot zodanige beslissing met betrekking tot verwijzen of terugwijzen als de Hoge Raad gepast zal voorkomen.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG