ECLI:NL:PHR:2015:2292

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
16 oktober 2015
Publicatiedatum
23 november 2015
Zaaknummer
15/04345
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 33 RvArt. 10.1 Reglement rekestzaken Hoge RaadArt. 426b Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens indiening per e-mail

In deze zaak is het cassatieberoep ingesteld door middel van een cassatierekest dat als bijlage in Pdf-formaat per e-mail was verzonden. De kernvraag was of een dergelijke indiening rechtsgeldig is.

De Hoge Raad verwijst naar een brief van de voorzitter van de Civiele Kamer waarin expliciet wordt gesteld dat processtukken niet per e-mail kunnen worden ingediend. Volgens het Reglement rekestzaken kunnen cassatierekesten uitsluitend per post of fax worden ingediend, waarbij e-mail niet is toegestaan.

De advocaat van verzoeker stelde dat e-mail betrouwbaarder is dan fax, maar de Hoge Raad oordeelt dat deze wijze van indiening onvoldoende betrouwbaar is en daarom niet voldoet aan de vereisten. Ook het nieuwe digitale systeem Dic@s vereist een voorafgaande inlogprocedure, hetgeen per e-mail niet mogelijk is.

Op grond van deze overwegingen concludeert de Procureur-Generaal tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege indiening van het cassatierekest per e-mail.

Conclusie

15/04345
Mr. L. Timmerman
Zitting, 16 oktober 2015
Conclusie inzake:
[verzoeker]
verzoeker tot cassatie,
(hierna: [verzoeker]).
In de onderhavige zaak is cassatieberoep ingesteld door middel van een als attachment aan een emailbericht gehecht cassatierekest in Pdf-formaat. De vraag is of zulks mogelijk is. In een brief van de voorzitter van de Civiele Kamer, Mr. E.J. Numann, van 26 juni 2014 aan advocaten bij de Hoge Raad wordt deze vraag ontkennend beantwoord: processtukken kunnen niet per email worden ingediend. In art. 3.1 jo art. 10.1 van het Reglement rekestzaken van de civiele kamer van de Hoge Raad der Nederlanden (per 1 juli 2012) wordt bepaald, dat onverminderd het bepaalde in art. 426b Rv., cassatierekesten per post of per fax ter griffie van de Hoge Raad kunnen worden ingediend. In een begeleidende brief bij het procesdossier merkt de cassatie-advocaat van [verzoeker], mr. M.A.R. Schucking Kool, op dat naar zijn mening de indiening van een cassatierekest ook door middel van email mogelijk dient te zijn, aangezien - kort gezegd - deze wijze van indiening betrouwbaarder is dan via de fax, waarvan de goede werking niet altijd vaststaat. Nog afgezien van het feit, dat op grond van het Reglement rekestzaken en bovengenoemde bief van de voorzitter van de Civiele Kamer van 26 juni 2014 indiening van cassatierekesten per email niet is toegestaan, moet - anders dan door mr. M.A.R. Schuckink Kool kennelijk wordt verondersteld - worden aangenomen dat laatstgenoemde wijze van indiening niet is toegestaan, omdat deze onvoldoende betrouwbaar is. Een belangrijke indicatie hiervoor vormt ook de omstandigheid, dat in het nieuwe, in ontwikkeling zijnde onderdeel van het project Kwaliteit en Innovatie, Dic@s, uitsluitend digitaal procestukken kunnen worden ingediend door daartoe gerechtigden, wanneer deze eerst zijn ingelogd.
Conclusie
Ik concludeer tot niet-ontvankelijkverklaring.
De Procureur-Generaal bij de
Hoge Raad der Nederlanden
A-G