Conclusie
“opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is”en
“opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is”, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van acht jaren. Tevens heeft het hof de vordering van de benadeelde partij toegewezen voor een bedrag tot € 159.195,70 in combinatie met de schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in art. 36f Sr en dan te vervangen door 365 dagen hechtenis. Ook heeft het hof beslissingen genomen inzake enkele inbeslaggenomen voorwerpen.
middeluiteen in vier onderdelen:
eerste klachtheeft zoals gezegd betrekking op het onderzoek van de tachograafschrijf dat is verricht door [verbalisant 1]. De in het middel aangevoerde bezwaren komen erop neer dat [verbalisant 1] een ‘deskundigenonderzoek’ heeft uitgevoerd en geen ‘technisch onderzoek’ aangezien een onderzoek van de tachograafschijf niet als een ‘technisch onderzoek’ kan worden aangemerkt. En omdat [verbalisant 1] een deskundigenonderzoek heeft uitgevoerd, moet het hof hem dus wel hebben aangemerkt als deskundige zoals bedoeld in art. 51i Sv. Dat zou het hof dan ten onrechte hebben gedaan. Als [verbalisant 1] als deskundige zou zijn aangewezen dan had het hof dit namelijk op grond van het bepaalde in art. 51k, tweede lid, Sv moeten motiveren omdat [verbalisant 1] niet als deskundige is opgenomen in het landelijk openbaar register van gerechtelijke deskundigen zoals bedoeld in art. 51k, eerste lid, Sv, aldus de steller van het middel.
verhoorvan [verbalisant 1] als deskundige ter terechtzitting kan zoals gezegd niet worden gelijkgesteld met zijn
benoemingals deskundige als bedoeld in art. 51i Sv, zodat het motiveringsvoorschrift van art. 51k, tweede lid, Sv hierop niet van toepassing is. De benoeming van [verbalisant 1] als deskundige heeft niet plaatsgehad, en dat was - zoals hierboven reeds door mij betoogd - ook niet nodig. [7]
tweede klacht, te weten dat het door de getuige-deskundige [verbalisant 1] gedane onderzoek moet worden gelijkgesteld met een onderzoek verricht door een verbalisant die naar eigen zeggen deskundig is ten aanzien van voetzolen, is niet nader onderbouwd en komt daarom niet voor bespreking in aanmerking. Overigens vermag ik niet in te zien welke relevantie deze klacht heeft.
derde klacht, namelijk dat het hof de afwijzing van het verzoek tot toevoeging aan het dossier van de gegevens van de tachograafschijf onvoldoende met redenen heeft omkleed, merk ik het volgende op.
de volledige digitale gegevens van de tachograaf aan het dossier toe te voegen teneinde de verdediging in staat te stellen om de bevindingen van [verbalisant 1] en [verbalisant 2] te toetsen.” Het hof heeft het verzoek afgewezen en daartoe in zijn arrest als volgt overwogen:
vierde klacht, te weten dat het hof niet althans onvoldoende gemotiveerd heeft gerespondeerd op een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt.