Conclusie
eerste, als het tweede middelwordt geklaagd over de bewezenverklaring van feit 4. Het eerste middel bevat de klacht dat hof ten onrechte, althans om onbegrijpelijke redenen een verklaring van getuige [getuige 1] uit mei 2006 tot bewijs heeft gebezigd. Het tweede middel bevat de klacht dat het hof ten onrechte de verklaring van de persoon die zich [getuige 2] noemde als bewijsmiddel heeft gebruikt, nu die verklaring onvoldoende steun vindt in andere bewijsmiddelen en de verdediging deze getuige niet heeft kunnen horen. De middelen lenen zich voor gezamenlijke bespreking.