Conclusie
eerste middelwordt geklaagd dat het hof bij de verwerping van het beroep van verdachte op noodweer subsidiair noodweerexces de betekenis van het bepaalde in art. 41 Sr Pro heeft miskend, omdat het hof daarbij de mogelijkheid heeft opengelaten dat het steken door verdachte het onmiddellijk gevolg is geweest van een hevige gemoedsbeweging die veroorzaakt is door de (voorafgaande) aanranding en waarbij wellicht de grenzen van noodzakelijke verdediging zijn overschreden. Ik vat het middel zo op dat geklaagd wordt over de verwerping van het beroep op noodweerexces.