Conclusie
eerste middelklaagt dat het bewezenverklaarde medeplegen niet uit de gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid.
uitde auto te halen nu de berglade onder de bestuurdersstoel open stond. Anders dan de raadsvrouw is het hof van oordeel dat gelet op het feit dat de verdachte en zijn medeverdachte samen in de auto reden, er verdovende middelen bij de medeverdachte én in de auto zijn aangetroffen, de medeverdachte voorts een aanzienlijke hoeveelheid geld in kleine coupures bij zich droeg - voor welk geld de medeverdachte desgevraagd geen verklaring heeft gegeven, anders dan de stelling dat het niet zijn geld betrof - er naar de uiterlijke verschijningsvorm genoegzaam gesproken kan worden van een bewuste en nauwe samenwerking in de zin van medeplegen als bedoeld in artikel 47 van Pro het Wetboek van Strafrecht. Hieruit leidt het hof tevens af dat de verdachte wetenschap had van de aangetroffen drugs in de auto. Dat de verdachten in een huurauto reden maakt dit niet anders, gelet op het feit van algemene bekendheid dat huurauto's na gebruik volledig worden schoongemaakt en gecheckt op eventuele achtergebleven spullen zodat het hof aan de - verder niet onderbouwde - stelling dat de drugs mogelijk door een voorgaande huurder in de auto zouden zijn achtergelaten voorbij gaat.”
tweede middelhoudt in dat het Hof de grondslag van de tenlastelegging heeft verlaten door naast het vervoeren van de aangetroffen hoeveelheden verdovende middelen ook bewezen te verklaren dat daarnaast nog een hoeveelheid cocaïne en een hoeveelheid heroïne is verkocht.