ECLI:NL:PHR:2015:1260

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
19 mei 2015
Publicatiedatum
22 juli 2015
Zaaknummer
13/02318
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 437 Sv
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens niet-tijdige indiening middelen van cassatie

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft de verdachte veroordeeld tot 21 maanden gevangenisstraf voor medeplegen van het verbergen en vernietigen van sporen na een misdrijf, en het bezit van een vals reisdocument. Daarnaast werd het Spaans paspoort van de verdachte aan het verkeer onttrokken en werden benadeelde partijen niet-ontvankelijk verklaard in hun vorderingen.

Namens de verdachte is beroep in cassatie ingesteld bij de Hoge Raad. Echter is binnen de wettelijke termijn geen schriftuur met middelen van cassatie ingediend, zoals vereist op grond van artikel 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.

Hierdoor wordt de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad heeft deze conclusie genomen en tevens in soortgelijke zaken tegen medeverdachten geconcludeerd.

Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep wegens niet-tijdige indiening van middelen van cassatie.

Conclusie

Nr. 13/02318
Mr. Harteveld
Zitting 19 mei 2015
Conclusie inzake:
[verdachte] [1]
1. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden, heeft bij arrest van 26 april 2013 - met vrijspraak van het onder 1 primair, 1 subsidiair, 3 primair, 3 subsidiair en 4 ten laste gelegde - de verdachte ter zake van 1 meer subsidiair. “Het medeplegen, nadat enig misdrijf is gepleegd, met het oogmerk om het te bedekken of de nasporing of vervolging te beletten of te bemoeilijken, van voorwerpen waarop of waarmede het misdrijf gepleegd is of andere sporen van het misdrijf vernietigen, wegmaken, verbergen of aan het onderzoek van de ambtenaren van de justitie of politie onttrekken”, 2. “Het medeplegen van het verbergen, wegvoeren en wegmaken van een lijk, met het oogmerk om het feit of de oorzaak van het overlijden te verhelen”, 3 meer subsidiair. “Het medeplegen, nadat enig misdrijf is gepleegd, met het oogmerk om het te bedekken of de nasporing of vervolging te beletten of te bemoeilijken, van voorwerpen waarop of waarmede het misdrijf gepleegd is of andere sporen van het misdrijf vernietigen, wegmaken, verbergen of aan het onderzoek van de ambtenaren van de justitie of politie onttrekken”, en 5. “In het bezit zijn van een reisdocument waarvan hij weet dat het vals is”, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 21 maanden, met aftrek van voorarrest. Voorts heeft het Hof de onttrekking aan het verkeer bevolen van een Spaans paspoort, en de benadeelde partijen niet-ontvankelijk verklaard in hun vorderingen.
2. Namens de verdachte is beroep in cassatie ingesteld. Een schriftuur, houdende middelen van cassatie, is in deze zaak echter niet binnengekomen, terwijl de termijn voor de indiening daarvan is verstreken.
3. Nu niet is voldaan aan het vereiste van een tijdige indiening van een schriftuur, zoals in art. 437, tweede lid, Sv is bepaald, dient de verdachte niet-ontvankelijk te worden verklaard in zijn cassatieberoep.
4. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in zijn beroep in cassatie.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG

Voetnoten

1.In de zaken tegen de medeverdachten, met griffienummers 13/03201 ([medeverdachte 2]), 13/03675 ([medeverdachte 1]) en 14/02085 ([medeverdachte 4]), concludeer ik vandaag eveneens.