ECLI:NL:PHR:2014:722
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep in ontnemingszaak en ontvankelijkheid in strafzaak
De Hoge Raad behandelt in dit arrest de ontvankelijkheid van het cassatieberoep in een strafzaak en een daarmee samenhangende ontnemingszaak tegen betrokkene. De raadsman van betrokkene had abusievelijk de zaaknummers van de ontnemingszaak vermeld in het cassatieschrift, terwijl het middel uitsluitend betrekking had op de strafzaak. Hierdoor werd het cassatieberoep in de strafzaak als ontvankelijk aangemerkt.
In de ontnemingszaak werd betrokkene niet-ontvankelijk verklaard omdat er geen cassatieschrift was ingediend dat voldeed aan de wettelijke eisen. Het middel in de ontnemingszaak richtte zich niet op schending van rechtsregels of vormvoorschriften, waardoor het niet als een geldig cassatiemiddel kon worden beschouwd.
De conclusie van de Advocaat-Generaal was in beide zaken niet-ontvankelijkheid, maar de Hoge Raad volgde dit slechts voor de ontnemingszaak. Dit arrest verduidelijkt de strikte eisen aan de ontvankelijkheid van cassatieberoepen en het belang van correcte procedurele indiening, vooral bij samenhangende straf- en ontnemingszaken.
Uitkomst: Betrokkene is niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep tegen de ontnemingszaak, maar wel ontvankelijk in het cassatieberoep tegen de strafzaak.