ECLI:NL:PHR:2014:722

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
20 mei 2014
Publicatiedatum
14 juli 2014
Zaaknummer
13/02441
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81.1 ROArt. 437 SvArt. 511h Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep in ontnemingszaak en ontvankelijkheid in strafzaak

De Hoge Raad behandelt in dit arrest de ontvankelijkheid van het cassatieberoep in een strafzaak en een daarmee samenhangende ontnemingszaak tegen betrokkene. De raadsman van betrokkene had abusievelijk de zaaknummers van de ontnemingszaak vermeld in het cassatieschrift, terwijl het middel uitsluitend betrekking had op de strafzaak. Hierdoor werd het cassatieberoep in de strafzaak als ontvankelijk aangemerkt.

In de ontnemingszaak werd betrokkene niet-ontvankelijk verklaard omdat er geen cassatieschrift was ingediend dat voldeed aan de wettelijke eisen. Het middel in de ontnemingszaak richtte zich niet op schending van rechtsregels of vormvoorschriften, waardoor het niet als een geldig cassatiemiddel kon worden beschouwd.

De conclusie van de Advocaat-Generaal was in beide zaken niet-ontvankelijkheid, maar de Hoge Raad volgde dit slechts voor de ontnemingszaak. Dit arrest verduidelijkt de strikte eisen aan de ontvankelijkheid van cassatieberoepen en het belang van correcte procedurele indiening, vooral bij samenhangende straf- en ontnemingszaken.

Uitkomst: Betrokkene is niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep tegen de ontnemingszaak, maar wel ontvankelijk in het cassatieberoep tegen de strafzaak.

Conclusie

Nr. 13/02441P
Zitting: 20 mei 2014
Mr. Hofstee
Conclusie inzake:
[betrokkene]
1. Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft bij arrest van 29 maart 2013 de betrokkene niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep.
2. Er bestaat samenhang tussen de zaken met de nummers 13/01880, 13/02441P, 13/02439, 13/02509, 13/03295P en 13/03305P. In al deze zaken zal ik vandaag concluderen.
3. Namens de betrokkene heeft mr. N. van Schaik, advocaat te Utrecht, één middel van cassatie voorgesteld.
4. In deze ontnemingszaak is tijdig beroep in cassatie ingesteld. De schriftuur behelst echter een middel dat is gericht tegen het arrest van het Hof Arnhem-Leeuwarden in de met deze zaak samenhangende strafzaak. Nu in het middel niet wordt geklaagd over de schending van een bepaalde rechtsregel en/of het verzuim van een toepasselijk vormvoorschrift door de rechter die de bestreden uitspraak - in dit geval in de ontnemingszaak - heeft gewezen, is geen sprake van een cassatiemiddel in de zin der wet.
5. Mitsdien heeft de betrokkene niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie doen indienen en is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv in verbinding met art. 511h Sv. Dat betekent dat de betrokkene in het cassatieberoep niet kan worden ontvangen.
6. Deze conclusie strekt tot het niet-ontvankelijk verklaren van de betrokkene in het cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG